De daverende donderslagen overstemden ons hulpgeroep. Niet dat er
ook maar iemand in de buurt was die ons zou kunnen horen. De
bliksemflitsen volgden elkaar in zo’n rap tempo op dat het wel leek
alsof het kleine kampeerterreintje met schijnwerpers werd verlicht.
Door de grote scheuren in de tent konden wij zien hoe de jammerende
beer met zijn poot over zijn kop wreef. Elk ogenblik kon hij voor de
tweede keer aanvallen. Ik pakte het
koekenpannetje nog steviger vast. Opeens klonk er een rauwe kreet en
de beer, hij leek nog groter dan de eerste keer, ging rechtovereind
staan. Toen stormde hij op onze tent af. De kinderen begonnen te
gillen.
Opeens, we schrokken ons dood, was er een oorverdovende knal en een
oogverblindende flits. Er klonk een afgrijselijke kreet. Toen werd
het stil. Doodstil. Het leek wel alsof we in het oog van een orkaan
zaten. Voorzichtig kroop ik naar buiten. Ik rook een sterke
ozonlucht en de geur van verbrand haar. De zwarte logge massa lag
bewegingsloos op de grond. Ik haalde opgelucht adem. Toen hoorde ik
een krakend geluid. Ik draaide me om. De grote sequoia-boom, waar
ons tentje zo schattig onder stond, was getroffen door de bliksem.
De top van de boom stond in brand en het vuur was al overgesprongen
naar de boom er naast. En vandaar weer naar de boom daarnaast. De
sequoia die eeuwenlang al het natuurgeweld had overleefd, begon te
kraken en voorover te hellen. “Snel, de tent uit. De boom valt om”
schreeuwde ik. Net op het moment dat de kinderen de tent uitkropen
en de boom met een donderend geraas en gekraak langzaam maar zeker
omlaag viel, begon de zwarte massa voor ons te grommen. Hij leefde
nog! “Papa, allemaal water!” schreeuwde de jongste en ze wees naar
de dam. “Dit dekt de reisverzekering vast niet allemaal” sprak mijn
vrouw. Verbijsterd staarde ik haar aan.
Kijk, wie wil weten hoe dit afloopt, moeten we helaas teleurstellen.
Een reisverslag zoals boven zal je hier niet aantreffen. Ten eerste
hebben we het voorgaande uiteraard allemaal niet meegemaakt en ten
tweede is dit een reisverslag in
een heel andere stijl. In dit verslag gaat het over boterhammetjes
die in het vriesvak zijn blijven liggen, over zaken die onze
kinderen leuk vonden in Amerika, en wat ze niet leuk vonden, en hoe
je bijvoorbeeld de rijen in Disneyland kan omzeilen. Het is een
verslag van onze reis die wij van 19 juli tot 18 augustus 2002
gemaakt hebben door het westen van de Verenigde Staten. Wij, dat
zijn Martin en Marianne en onze twee kinderen Judith (9 jaar) en
Marijke (7 jaar). De doelstelling van dit reisverslag is tweeledig:
Ten eerste vinden wij het gewoon leuk om het op te schrijven –“als
vakantieherinnering voor later”. Ten tweede
kan het misschien andere ouders helpen die een reis door het westen
van Amerika gaan maken.
Voor ons was het de derde keer dat we Amerika bezochten. Zowel in
1988 als in 1991 hebben we een rondreis door het westen van Amerika
gemaakt. De eerste keer vooral het zuidwesten (plus een week New
York), de tweede keer ook het
noordwesten. Een groot deel van de plaatsen die we nu bezochten
hadden wij al eerder bezocht. Voor de kinderen was het de eerste
keer dat ze in Amerika waren.
Oh ja, de dam was bezweken onder de aardbeving. Die was ik vergeten
te beschrijven.
Voorbereiding
Onze voorbereiding startte in oktober 2001. Toen besloten we om met
de kinderen naar Amerika te gaan. Na de geboorte van Judith in 1992
(en Marijke in 1994) hadden we al onze vakanties in Europa
doorgebracht. Met Eurocamp naar Frankrijk, Spanje en Italië. Om met
jonge kinderen naar Amerika te gaan leek ons niet zinvol. Kinderen
blijven het liefst op dezelfde plaats. Zwembad, strand, spelen,
vriendjes en vriendinnetjes op een camping, dat vinden ze leuk. Vele
dagen lang uren in de auto zitten daarentegen niet. En als je naar
Amerika gaat, en je wilt wat zien van het land, ontkom je daar niet
aan. In de zomer van 2002 zouden ze 9 jaar en 7 jaar oud zijn. Op
die leeftijd moest het kunnen dachten wij. Wij wilden wel graag en
we hoopten dat de kinderen Amerika ook leuk zouden vinden. We
polsten ze voorzichtig en ze waren direct enthousiast. Mits we ook
naar Disneyland zouden gaan. Vooruit, die opoffering wilden wij ons
wel getroosten.
Als eerste stelden we een lijstje op van de dingen die we wilden
zien. Bij de kinderen stond Disneyland bovenaan. Bij de ouders het
Yosemite National Park. Vervolgens maakten we een globaal
reisschema. De uitgangspunten hierbij waren dat we zowel
natuurparken als pretparken zouden bezoeken en dat we na een lange
autotocht bij voorkeur minimaal 2 nachten op dezelfde locatie zouden
blijven. We dachten ‘laten we geen risico nemen’ en hoewel het nog
maar oktober 2001 was, onze overnachtingen in Yosemite Valley alvast
maar boeken. Wat bleek, we waren al te laat! Het Housekeeping Camp,
waar we wilden overnachten, was voor de maand juli 2002 al
volgeboekt. We konden in Yosemite Valley alleen nog maar terecht in
een ‘cabin without bath’ in Camp Curry. Dat legden we toen maar
gelijk vast.
Vervolgens gingen we ons weer verdiepen in Amerika. Dit deden
we met behulp van reisgidsen en internet. We leenden boeken uit de
bibliotheek. Meestal brachten we die te laat terug en van al onze
boetes had de bibliotheek een nieuwe vleugel aan het gebouw kunnen
bouwen. Als we een top 5 zouden moeten maken van reisgidsen die wij
nuttig dan wel mooi vonden, dan zou die er als volgt uit zien:
1)
De (engelstalige) gids van Lonely Planet over California &
Nevada. (Deze hebben we dan ook gekocht en meegenomen naar Amerika)
2)
De Capitool reisgids over Californië
3)
De Lannoo gidsen van Californië en Zuidwest USA
4)
De Tourbook’s van de AAA
5)
De Insight guides van Southern California en America
Southwest
Dat wil niet zeggen dat andere reisgidsen niet goed
zijn. Een kennis van ons zweert bij de Rough Guides.
Ook het internet bleek een rijke
informatiebron te zijn. Vooral in
de nieuwsgroepen kan je praktische vragen beantwoord krijgen. De
volgende drie vonden wij het meest nuttig.
1) De
Nederlandstalige discussiegroep van
De VerenigdeStatenvanAmerika.com. Dat is dus de discussiegroep van
de site waar je dit verslag nu op leest. Van deze groep zijn een
aantal echte Amerika-kenners lid, die meestal wel bereid zijn om
vragen over het reizen in Amerika te beantwoorden. Een deel van de
groep woont overigens in Amerika.
2)
De Engelstalige nieuwsgroep rec.travel.usa-canada. Deze
nieuwsgroep gaat, de naam zegt het al, specifiek over reizen in
Amerika en Canada.
3)
Het Engelstalige discussieforum op de site
http://www.fodors.com/forums/threadselect.jsp?fid=1 Dit
is een zeer mooie site, waarbij je per staat zelfs nog met behulp
van een zoekmachine kan zoeken of een bepaald onderwerp aan de orde
is geweest. Veel vragen over hotels en bezienswaardigheden.
De vlucht boekten we in januari. Hoewel we al in oktober
wisten dat we naar Amerika zouden gaan, hebben we met het boeken van
de vlucht nog even een paar maanden gewacht. Eerst wilden we zien
hoe de luchtvaartmaatschappijen zouden reageren op de ontwikkelingen
na de aanslagen van 11 september. In januari hadden we het idee dat
er niet veel goedkope last-minute
aanbiedingen in de zomer zouden
komen. Het leek ons daarom beter om vast te boeken. Dit bleek
achteraf een gelukkige keuze. Voor een non-stop vlucht met de KLM
naar San Francisco in het hoogseizoen betaalden wij toen namelijk,
via Special Traffic, 707 euro (en de kinderen kregen 25% korting).
Het tarief gold in combinatie met het boeken van de autohuur en één
hotelovernachting. De KLM-site gaf op dat moment als goedkoopste
tarief voor dezelfde vlucht een bedrag
van 820 euro aan. In maart was dit KLM tarief gestegen naar ruim
1000 euro en in april was de prijs van het goedkoopste
ticket bij de KLM zelfs meer dan 1200 euro. Dat scheelde meer dan
500 euro met de prijs die wij in januari betaald hadden. Vanaf mei
was de vlucht uitverkocht.
In januari boekten wij via internet ook een hotelkamer in de
Thunderbird Lodge op de rand van de Grand Canyon. De site (http://www.grandcanyonlodges.com/)
gaf aan dat dit op de door ons gewenste datum (meer dan 6 maanden
later!) de laatste vrije kamer was. Dit maakte ons enigszins
nerveus. Moesten we nu wel of niet al onze motelovernachtingen gaan
vastleggen? In 1988 en in 1991 hadden wij buiten de Nationale Parken
om geen enkel motel of camping gereserveerd en overal waar wij
kwamen konden we wel een plek voor de nacht vinden. Maar ja, nu
waren we met de kinderen en het leek ons vervelend om na een lange
dag rijden eerst nog een tijd op zoek te moeten naar een motel met
‘vacancy’. Langzaam maar zeker boekten we daarom in de periode
januari tot en met juli het ene na het andere motel. Allemaal via
internet. Soms rechtstreeks en als het motel geen
reserveringssysteem on line had, boekten we met behulp van de site
van Travelhero. Deze organisatie heeft een handige site
http://www.travelhero.com/hotelhero.cfm.
Per plaats kan je zien welke hotels er zijn, wat het kost en, of er
een on line reserveringsysteem is en of er plaats is. Als er geen on
line reserveringssysteem is, dan kan je via hen boeken en nemen zij
contact met het motel op. Al onze boekingen die wij via hen gedaan
hebben, verliepen -achteraf bekeken- allemaal perfect. Onze laatste
reservering deden we een week voor
vertrek en toen waren we klaar om op vakantie te gaan.
Ons definitieve routeschema zag er als volgt uit:
Routeschema
San
Francisco -> Yosemite National Park -> Lake Tahoe -> Great Basin
National Park -> Bryce Canyon National Park -> Zion National Park ->
Grand Canyon National Park -> Las Vegas -> Joshua Tree National Park
-> Palm Springs -> San Diego -> Anaheim (Disneyland) -> San
Francisco
Dag 1: vrijdag 19
juli 2002
Amsterdam-San Francisco
(gevlogen afstand 6.276 miles, 10.042 km; gereden
afstand: 21 miles, 33 km)
Overnachting: Best Western El Rancho Inn; Milbrae (www.bestwestern.com)
Prijs kamer: $111 incl. tax
Vandaag is het
zover. Onze vakantie begint. De non-stop vlucht met de KLM vertrekt
om 11.45 uur. Je wordt geacht drie uur van tevoren aanwezig te zijn.
Rekening houdend met de tram en trein betekent dit dat we om half
acht de deur uit moeten. Het lijkt ons daarom praktisch om het
ontbijt in de trein te eten. Tip 1: Als je ’s morgens vroeg weg
moet, is het handig om de avond ervoor alvast broodjes te smeren en
deze in het vriesvak te leggen. Tip 2: Als je ’s morgens vroeg weg
gaat, moet je niet vergeten om deze broodjes mee te nemen. Op het
station komen we er dus achter dat de broodjes nog in de vriezer
liggen, maar gelukkig is er een Albert Heijn op het station (Den
Haag CS) en deze heeft blijkbaar ervaring met ons soort
vergeetachtige reizigers, want ze hebben een heel schap met
gesmeerde broodjes. Als we even voor negenen ons melden bij de KLM
balie op Schiphol, zien we dat er al een hele rij staat. Het duurt
ruim een half uur voordat we aan de beurt zijn en na het inchecken
moeten we ook nog eens een kwartiertje in de rij staan voor de
veiligheidscontrole. We zoeken daarna onze gate op, drinken wat
koffie, en dan is het wachten tot we kunnen boarden. Dit heeft de
KLM niet handig georganiseerd. Eerst moeten we in een rij staan om
ons paspoort nog een keer te laten zien en daarna in een andere rij
voor een veiligheidscontrole. In de kleine ruimte staan de rijen
natuurlijk hopeloos door elkaar. Bij sommige mensen worden de
schoenen gecontroleerd maar wij mogen ze aanhouden. Ondanks dat het
boarden niet vlot gaat vertrekt het vliegtuig wel keurig op tijd.
De vlucht duurt
lang, liefst elf uur, maar de kinderen houden zich heel goed . Als we om twee uur ’s
middags plaatselijke tijd gaan landen in San Francisco zien we uit
het raampje dat naast ons een ander vliegtuig tegelijkertijd gaat
landen. De piloot roept voor de zekerheid om dat er echt twee
landingsbanen naast elkaar zijn. Hadden we ook wel gedacht.
Aangezien we helemaal achter in het vliegtuig zaten, zijn we zo
ongeveer als laatste uit het vliegtuig. Bij de immigration-dienst
staat een lange rij. Vlak voordat je aan de beurt bent, verdeelt de
rij zich over vijf balies en hoe we het voor me elkaar krijgen, weet
ik niet, maar op een of andere wijze kiezen we net voor die balie
waar alle mensen voor ons papieren hebben die niet deugen. Dat duurt
eindeloos. Het duurt zelfs zo lang dat Marianne, die op een gegeven
moment maar weer achteraan sluit bij de balie naast ons zelfs nog
eerder aan de beurt is. Het slaat nergens op maar onze ervaring
achteraf in Amerika is dat waar je ook in de rij staat, de linkerrij
altijd de snelste is. Als we bij de bagageafdeling komen, zijn de
enige koffers en tassen die nog op de lopende band draaien die van
ons.
Vervolgens gaan we
op zoek naar het busje dat naar alle autoverhuurbedrijven
op het vliegveld rijdt. Een medewerker
van het vliegveld stuurt ons de verkeerde kant op -en wij nog ‘thank
you very much’ zeggen- maar na enig zoeken vinden we het busje.
We hebben de auto bij AVIS
gehuurd. Het ophalen gaat vlot, geen lange wachtrijen. In
tegenstelling tot de voorgaande keren probeert
de baliemedewerkster
na het zien van onze voucher ons geen extra verzekeringen of updates
te verkopen. Helaas krijgen we ook geen gratis update. In 1988
kregen we een gratis update van één klasse en in 1991 zelfs van twee
klassen. De door ons bestelde auto, type E-klasse, blijkt aanwezig
te zijn. Het is een witte vierdeurs Buick. De koffer en de tassen
passen in de kofferbak - daar hadden we ons van tevoren nog wel
enige zorgen over gemaakt - en nadat we ons nog even door iemand
van Avis de bediening
van de auto hebben laten uitleggen, rijden we naar ons motel.
Alle voorgaande
keren dat we in San Francisco geweest zijn, verbleven we in een Best
Western aan de Camino Real in Milbrae, een voorstadje van San
Francisco. Niet het goed koopste motel maar wel
mooi en vlakbij het vliegveld. We hebben daarom weer voor dit motel
gekozen. We denken de weg nog te weten maar op een of andere wijze
rijden we toch verkeerd. We zitten op een gegeven moment op de US
101 North in plaats van South. We rijden daardoor meer dan 15 mijl
om. Om vijf uur plaatselijk tijd checken we in. Voor ons gevoel is
het echter al twee uur ’s nachts. Judith valt dan ook om zes uur al
als een blok in slaap. Wij halen nog even een broodje in de Safeway,
een grote supermarkt vlakbij het motel, en nemen daarna een duik in
het zwembad. Om halftien ’s avonds, plaatselijk tijd, gaan we naar bed
.
Dag 2 zaterdag 20
juli 2002
San Francisco (gereden
afstand: 24 miles, 38 km)
Overnachting: Best Western El Rancho Inn; Milbrae (www.bestwestern.com)
Prijs kamer: $111 incl. tax
Vandaag
staat San Francisco op het programma. Iedereen is om zes uur al
wakker. We hadden bedacht om met het openbaar vervoer de stad in te
gaan. (Voor
informatie
over het openbaar vervoer in San Francisco: zie
http://www.transitinfo.org/).
Na het ontbijt rijden we daarom naar het station van Milbrae
(slechts drie blokken van het motel af). Terwijl wij op het station
staan te kijken welke trein we moeten hebben, komt een vriendelijke
Amerikaan die zijn hond aan het uitlaten is naar ons toe en vertelt
ons dat er in het weekend helemaal geen treinen rijden vanaf dit
station. Als we downtown San Francisco in willen, kunnen we veel
beter met de metro gaan. Ze zijn nu bezig om de metro door te
trekken naar het vliegveld en naar Milbrae, maar dat is pas in 2003
af. Nu kunnen we het beste rijden naar de BART metrohalte bij
Mission Street. Aan de hand van onze plattegrond legt hij ons uit
hoe we moeten rijden. Zijn aanwijzingen kloppen precies. De auto
kunnen we makkelijk kwijt en met de metro rijden we naar de halte
Powell Street.
Van Powell Street
willen we met de Cable Car naar Fisherman’s Wharf. Dat willen een
paar honderd andere toeristen ook. We kopen kaartjes ($2 per
persoon) en gaan in de rij staan. De kinderen vervelen zich niet.
Powell Street is het eindstation van de tram (of het beginstation,
dat hangt er vanaf hoe je het bekijkt.) De tram rijdt er niet in een
lus maar alle trams bij Powell Street worden met behulp van een
draaiplateau omgedraaid.
Het duwen is handwerk. De kinderen vinden dat reuze interessant om
te zien.

Een fastfoodwinkel deelt gratis
kleine bekertjes limonade-ijs uit aan dat deel van de rij dat voor
hun winkel staat te wachten en een straatmuzikant laat de rij
wachtenden genieten van zijn niet-aanwezige muzikale talent. Na 40
minuten wachten zijn wij aan de beurt. Het schijnt overigens dat je
bij Fisherman’s Wharf op drukke dagen wel eens wachttijden van twee
uur hebt. We staan op het achterbalkon bij de conducteur die tevens
remmer is. Hoewel wij dachten dat de tram toch echt vol was, slagen
enkele meer ervaren cable car-reizigers er toch nog in om zich bij
de volgende halte (100 meter verderop) naar binnen te wurmen. Zo
kunnen wij ook een wachtrij omzeilen. Gelukkig hebben wij er op ons
balkonnetje geen last van. De conducteur stuurt iedereen
die denkt dat er op het balkon nog wel extra plaats is
onverbiddelijk weg. De kinderen vinden het ritje prachtig. Ook wij
vinden het leuk en heel praktisch. San Francisco is gebouwd op
heuvels en we moeten er niet aan denken dat we het hele eind van
Powell Street naar Fisherman’s Wharf hadden moeten lopen.
Bij Fisherman’s
Wharf doen de kinderen tikkertje op het strandje bij het Maritiem
Museum. Wij zitten op ons gemak in het gras. De Golden Gate brug
ligt grotendeels verstopt in een mistbank. Slechts de torens steken
erboven uit. Judith klaagt dat de brug niet goudkleurig is. Klopt,
de brug is rood. Hij heet de Golden Gate brug omdat het de brug is
over de ingang van de baai. En deze ingang werd door de Spanjaarden
in de 18e eeuw de ‘golden gate’ genoemd, welke naam
populair werd tijdens de goldrush van 1849. Tussen de middag gaan we
eten in één van de vele restaurantjes in Ghiradelli. Dit is een oude
cacaofabriek die helemaal verbouwd is en waarin nu veel kleine leuke
winkeltjes en restaurantjes zitten. Wij eten een pannenkoek en de
kinderen de eerste van de vele hotdogs die ze in Amerika zullen
eten.
’s Middags staat Alcatraz op het
programma. De kinderen weten daar al alles van. Dit dankzij Bassie
en Adriaan en hun videobandserie over hun avonturen in Amerika. Een
goede
voorbereiding op wat ze kunnen verwachten. Alcatraz valt overigens
onder de National Park Service (NPS). Wie meer
informatie
dan die van Bassie en Adriaan over Alcatraz wil hebben, kan deze
vinden op de NPS-site
http://www.nps.gov/alcatraz/.
Alcatraz is een geliefkoosde toeristische attractie. We hadden
daarom al via internet kaartjes gereserveerd. (http://www.blueandgoldfleet.com/abcsc.htm)
Daar kan je ook zien of er op de door jou gewenste dag en tijd nog
plaats is. Wij hadden de kaartjes een kleine week van tevoren
besproken. Toen waren op onze zaterdag alle boten tot drie uur al
uitverkocht.
Voor het gewone
loket staat een lange rij, terwijl er alleen nog maar voor de
allerlaatste boottocht die dag kaartjes verkrijgbaar zijn. Voor het
loket van de internetkaartjes daarentegen staan maar twee mensen te
wachten. Nadat we onze tickets ($39,50 voor ons vieren; geen
audiotour) afgehaald hebben, lopen we even over Fisherman’s Warf om
een stel sandalen voor Marijke te kopen. Fisherman's Warf is niet
echt leuk. Alleen maar druk, druk, druk. Om drie uur vaart onze
boot. Hij doet er een kwartiertje over. Vanaf de boot heb je een
mooi uitzicht over San Francisco en de baai.

De kinderen hebben
een verschillende mening over Alcatraz. Marijke, de jongste, vindt
het reuze interessant. Een oude gevangenis op een eiland. Dat is
speciaal. Judith daarentegen vindt het allemaal maar eng. Hier
hebben allemaal moordenaars gezeten. Om vijf uur varen we weer
terug. We lopen naar Union Square en nemen daar de Cable Car naar
Powell Street. Deze keer moeten we dertig minuten wachten. Papa en
mama waren liever met de bus terug gegaan (scheelt wachten) maar de
kinderen vinden de Cable Car veel leuker. Het liefst hingen ze
buiten aan de tram maar dat mag van ons niet. Bij Powell Street
lopen we nog even langs wat winkels en nemen vervolgens weer de
metro terug.
’s Avonds laat
gaan we nog even naar de Safeway. We vragen om een club card. Als ze
horen dat we toeristen zijn, hoeven we zelfs het formulier niet in
te vullen maar krijgen we hem zo mee. Als je in een supermarkt gaat
winkelen en ze hebben zo’n systeem, vraag dan altijd even bij de
informatiebalie
om zo’n kaart. Kan je een hoop geld schelen. In ons geval betalen we
bijvoorbeeld slechts $12,50 in plaats van $25 voor een super de luxe
Coleman koelbox inclusief afvoerkraantje. Er zitten zelfs nog een
koeltas en een soort drinkfles in. ‘Good value for money’ zegt de
kassajuffrouw. En zo is het maar net. Overigens, wie in de zomer
door het westen van Amerika reist doet er verstandig aan om een
koelbox te kopen. Een grote zak met ijsblokjes kan je in alle
supermarkten kopen of je haalt ijsblokjes gratis uit de ijsmachine
bij je motel.
Dag 3 zondag 21
juli 2002
San Francisco – Yosemite (gereden
afstand: 192 miles, 307 km)
Overnachting:YosemiteValley:HousekeepingCamp http://www.yosemitepark.com/html/accommodation.html)
Prijs tent: $ 58
We staan redelijk
vroeg op en checken om halftien uit. Omdat we lid zijn van de ANWB
kunnen we gebruik maken van de AAA korting. De AAA is de Amerikaanse
zusterorganisatie van de ANWB. Ze hebben een ‘show your card’
programma waarmee je bij een hoop motels (en attracties) 10% korting
krijgt. We hoeven overigens bij het afrekenen, net zoals bij alle
andere motels waar we bij de boeking opgegeven hadden dat we zo’n
kaart hadden, onze kaart niet eens te laten zien. Eerst rijden we
nog even naar onze Safeway die ook op zondag open is. We kopen wat
spullen voor de lunch zoals water, limonade en sandwiches. Je kunt
er allerlei sandwiches naar wens klaar laten maken. Niet goedkoop
($4,99 per sandwich) maar wel zeer rijkelijk belegd en erg lekker.
Onderweg in de auto spelen de kinderen met hun gameboy. Om de
lange afstanden in de auto te overbruggen hebben we als verrassing
voor de kinderen twee gameboys gekocht. Judith was er overigens al
vier maanden voor aan het sparen. Ze zit nu allerlei andere
bestemmingen voor het gespaarde geld te verzinnen. Het was mooi weer
in San Francisco en als we naar het oosten rijden blijft de lucht
stralend blauw. Pas als we uitstappen voor onze picknick merken we
dat het hier een stuk warmer is dan in San Francisco. Het laatste
stuk (de SR 89) naar Yosemite kent enkele steile bochtige wegen. Op
een gegeven moment staan er zelfs borden aan de kant van de weg die
wijzen op het gevaar van mogelijke oververhitting van de motor en
daarom wordt geadviseerd om de airco uit te zetten. Gelukkig is het
met het raampje open nog wel te doen. Bij de ingang van het park
kopen we voor $50 een Golden Eagle pas waarmee we één jaar lang
toegang hebben tot alle nationale parken van Amerika. Als je
meerdere nationale parken bezoekt heb je hem er zo uit. De toegang
tot Yosemite is bijvoorbeeld al $20.
We zullen 5
nachten in Yosemite blijven. (Voor
info
rmatie over Yosemite en de andere nationale parken: zie
www.nps.gov).
We overnachten in het park. Op het laatste moment hebben we toch nog
het Housekeeping Camp kunnen boeken. Yosemite is een heel populair
park. Voor onderdak in Yosemite Valley moet je daarom of heel vroeg
boeken (soms wel een jaar van tevoren) of heel laat. Dit laatste
klinkt een beetje merkwaardig maar dat zit zo. Er zijn namelijk
nogal wat mensen die op het allerlaatste moment annuleren. Daardoor
zie je een paar dagen van tevoren vaak opeens weer allerlei
logiesmogelijkheden
vacant staan. Gewoon elke dag even op internet kijken. Zo zagen wij
een week voor vertrek ook opeens Housekeeping Camp vrij komen en
hebben we onze reservering voor Camp Curry omgewisseld (kosten
omwisseling $5).
Housekeeping Camp ligt prachtig,
midden in Yosemite Valley aan de Merced
River. Er staan een soort tenthuisjes (Zie
http://www.yosemitepark.com/html/accom_house.html
) Drie wanden zijn van beton, de voorkant is van zeil. Er staan vier
bedden,
te weten een dubbelbed en een stapelbed , en je hebt stroom. Je
kan eventueel lakens en dekens huren. Wij hadden overigens zelf
lakens en slaapzakken bij ons. Buiten, tussen je tenthuisje en een
houten omheining in, heb je een extra ruimte waar een
picknicktafel, een hoge plank om aan te koken, een barbecue en de
onvermijdelijke bearbox staan. In Yosemite komt de bruine beer voor.
Daarom ben je verplicht om al je voedsel
en andere zaken die ruiken zoals zeep en tandpasta in een ‘bearbox’
te stoppen. De tenten zijn heel anders dan de cabins in Camp Curry
die we eerst geboekt hadden. Dat zijn houten huisjes, dicht tegen
elkaar aan en zonder de gelegenheid buiten te zitten. Housekeeping
Camp is wat primitiever (en 30 dollar per nacht goedkoper)
maar met de kinderen erbij is de ruimte die we nu hebben heel
plezierig. Ook zijn er douches en is er een coin laundry.
Het is in Yosemite erg warm, ruim
boven de dertig graden. Nadat we uitgepakt hebben trekken de
kinderen daarom hun zwempak aan en gaan zwemmen in de Merced River en spelen op het
ministrandje dat vlakbij onze tent ligt. ’s Avonds gaan we met de
gratis shuttlebus naar The Loft, een restaurant in Yosemite Valley,
waar we één pizza, maatje medium,
bestellen. Hoewel we met zijn vieren zijn, krijgen we hem niet eens
op.
Dag 4-7: maandag
22 juli tot en met donderdag 25 juli 2002
Yosemite National park: (gereden
afstand in het park: 102 mijl, 165 km)
Overnachting: Yosemite Valley:House keeping Camp Prijs tent: $ 58
Maandag is de eerste van onze vier volledige
dagen in Yosemite. Wij vinden Yosemite het mooiste nationale park
van de USA (met Yellowstone als goede
tweede).
We raden iedereen
dan ook altijd aan om er meerdere dagen te verblijven. Het
park is meer dan 3000 km2 groot en ligt in het hart van
de Sierra Nevada. Er zijn grote granieten bergrotsen die afgeslepen
zijn door gletsjers, prachtige valleien, bossen met grote sequoia’s,
meren, riviertjes en spectaculaire watervallen. De bekendste
watervallen bevinden zich in Yosemite Valley. Deze vallei heeft een
oppervlakte van 18 km2. De vallei vormt dus maar een heel
klein deel van het park, maar het is wel het deel waar veruit de
meeste bezoekers heen gaan. Jaarlijks komen hier wel een paar
miljoen bezoekers. Het park heeft daardoor zelfs de enigszins
dubieuze eer dat het het eerste nationale park van Amerika was waar
een file stond (Memorial Day 1985.) Het autoverkeer stond toen
helemaal vast. Voor een overzicht van Yosemite Valley zie:
http://www.yosemitepark.com/html/park_map.html

Martin is al om zeven uur wakker
en loopt in alle vroegte een stukje langs de Merced River. Daar komt hij onze
Housekeeping Camp buurvrouw en haar dochtertje tegen. ‘No bears
today’ zegt ze. Gisterenmorgen hadden ze een beer gezien die in alle
vroegte aan de overkant van de rivier bezig was met ‘making his way
up in the valley’. Wij zullen overigens tijdens ons verblijf in
Yosemite maar één keer een beer zien, te weten de opgezette beer in
het Visitor Center. Het is altijd heel handig om het Visitor Center
te bezoeken. De rangers zijn altijd zeer bereidwillig om je te
voorzien van allerlei nuttige
informatie.
Ook kan je je er inschrijven voor wandelingen onder begeleiding van
een ranger of voor diverse gratis cursussen. Zo hebben wij de vorige
keer een middag met een professionele fotograaf mee gelopen. (Moet
heel grappig zijn voor een buitenstaander om twintig mensen
tegelijkertijd een boomschors te zien fotograferen.) Deze keer gaan
we echter niet naar de rangerpraatjes. Het lijkt ons niet zo
geschikt met de kinderen omdat we anders alles constant moeten
vertalen.
Na het Visitor
Center bekijken we eerst het indianendorpje naast het Visitor
Center. Het moederhert
met haar jong dat er loopt trekt de meeste aandacht van de kinderen.
Daarna nemen we de shuttlebus naar de Yosemite Falls. Deze grootste
waterval van Noord Amerika (wat betreft valhoogte), is in het
voorjaar op zijn mooist maar staat nu, eind juli, bijna droog.
Gelukkig is de kraan nog niet helemaal dicht gezet. Onder aan de
waterval stroomt het water door een bedding
van enorme keien. Daartussen ziet het zwart van de mensen. Het is
voor toeristen de makkelijkst bereikbare waterval van Yosemite. Het
is behoorlijk warm en de kinderen hebben er een klauterpartij voor
over om in het ijskoude water te kunnen afkoelen. Om vier uur gaan
Martin en Marijke nog even zwemmen in het zwembad bij Camp Curry.
Judith speelt liever op haar nieuw verworven gameboy.
’s Avonds eten we in Curry
Village een ‘all you can eat’ dinnerbuffet ($33 met zijn vieren). De
kwaliteit en de keuze houden niet echt over. Judith bijvoorbeeld is
uren bezig om te kiezen. Er zit niets bij wat ze lekker vindt.
Uiteindelijk komt ze met één klein tomaatje op haar bord bij ons aan
tafel. Dat is dan wel een heel duur tomaatje en we sturen haar terug
om wat meer te halen. Het ‘all you can eat’ ontbijt ($27 voor ons
vieren) dat we er dinsdagmorgen eten is wel goed . We eten er flink van om
met een goed gevulde maag naar de Vernal
Falls te lopen.

Vernal Falls is de mooiste waterval in
Yosemite. Deze waterval droogt ook nooit uit. Je moet er echter wel
enige moeite voor doen om er naar toe te lopen. Het pad erlangs is
behoorlijk steil en het is erg warm. Na een half uur heuvelopwaarts
wandelen (voldoende water mee) kom je bij een bruggetje vanwaar je
een mooi uitzicht van onderen hebt op de waterval. Hier is ook een
wc-gebouwtje. Wij willen echter ook naar de bovenkant van de
waterval lopen, maar daar hebben de kinderen niet zo’n zin in. Als
we echter nieuwe batterijen voor de gameboy in het vooruitzicht
stellen vliegen ze vooruit. Het is een vermoeiende klim maar de
moeite waard. Terug lopen we niet langs de waterval, maar we nemen
het langere, minder steile pad dat in de buurt van de toiletten weer
samenkomt met het andere pad. Dit betekent eerst nog een stuk verder
omhoog lopen, maar de afdeling daarna is makkelijk.
Om wat af te
koelen eten we ’s middags een ijsje bij Camp Curry. Daarna huren we
een rubberen boot ($50). Het raften op de Merced River gaat moeizaam, want
er staat weinig water in de rivier. Op sommige stukken moeten we
zelfs uit de boot om deze over de ondieptes te helpen. Bovendien
hebben we tegenwind zodat er ondanks de stroom nog flink gepeddeld
moet worden. Het uitzicht vanaf de rivier is echter schitterend. Af
en toe laten we de kinderen peddelen
(Judith doet het beter dan Martin). Ze vinden het allebei prachtig
en als we na twee uur naar de kant moeten om de boot in te leveren,
willen ze het liefst nog een keer. ‘s Avonds eten we in de Yosemite
Lodge Food Court. Het eten hier is beter dan dat van gisteren in
Camp Curry.
Op woensdag rijden we naar de
Mariposa Grove om de sequoia’s te bekijken. We parkeren de auto bij
Wawona en vandaar gaan we verder met de gratis shuttlebus. In de
Mariposa Grove kopen we voor 50 cent een foldertje en wandelen we
naar de Grizzly Giant en de Californina Tunnel Tree. In deze laatste
boom, de naam zegt het al, is in 1895 een tunnel gehakt groot genoeg
om postkoetsen door te laten. In tegenstelling tot de wat bekendere
Wawona Tunnel tree, die in 1969 onder een enorm sneeuwpak bezweek,
staat deze tunneltree nog overeind. De wandeling is echter niet zo’n
succes bij de kinderen. Ze vinden het niet alleen te warm maar het
is vooral heel anders dan ze het zich hadden voorgesteld. Dat is de
schuld van Bassie en Adriaan. Die speelden in de video namelijk
verstoppertje tussen de sequoia’s. De kinderen hadden van tevoren bedacht
dat ze dat ook wilden. Echter, de opnames zullen waarschijnlijk
ergens anders gemaakt zijn, want a) er staan veel minder sequoia’s
dan in de film en b) ze staan deels met hekken afgeschermd en je
kunt er dan ook niet omheen lopen.
Als we weer terug zijn in Wawona maken we bij
het Pioneer Village een ritje met een soort postkoets (kosten $10
voor ons vieren). Dit is wel een groot succes bij de kinderen. De
tocht gaat langs het Wawona hotel. Dit is het op één na oudste hotel
van Californië. Alleen het hotel der Coronado in San Diego is ouder.
Helaas voor de kinderen duurt het tochtje maar tien minuten.

Vervolgens rijden
we naar Glacier Point. Vandaar hebben we een prachtig uitzicht over
Yosemite Valley, de watervallen en Half Dome. Half Dome is de
bekendste top van Yosemite. Een gletsjer heeft in een ver verleden
ooit eens de helft ervan afgesleten. Half Dome beklimmen is nu een
geliefde uitdaging. Waarschijnlijk is echter iemand onzorgvuldig met
vuur geweest, want er is brand op Half Dome. Halverwege de berg zien
we namelijk vuur en rook. Een blushelikopter waar een grote zak
water onder aanhangt vliegt af en aan. Als we een half uurtje later
terug naar de vallei rijden is de brand nog niet geblust.

Onderweg staan een
paar auto’s stil aan de kant van de weg. Er blijkt een coyote te
lopen. Wij stoppen ook en nemen wat foto’s.
Donderdag blijven
we in de vallei en maken er een rustig dagje van. In Camp Curry
huren we fietsen (is niet goedkoop;
samen $80 voor een dag). Over de mooi aangelegde fietspaden maken we
een tocht door de vallei. Als we bij een bruggetje over de Merced River komen, springen de
kinderen van hun fietsen af en gaan weer uitgebreid spetteren in de
rivier. ’s Middags hebben de kinderen niet zo veel zin meer in
fietsen. We leveren hun fietsen in. Terwijl zij gaan zwemmen in het
zwembad van Camp Curry (gratis toegankelijk voor gasten van Camp
Curry en Housekeeping Camp) fietsen wij nog naar Mirror Lake. Daar
maken we een korte wandeling. Nadat wij de fietsen ingeleverd
hebben, gaan wij ook naar het zwembad. We eten weer in de Yosemite
Lodge.

Martin gaat ‘s avonds nog even
naar een winkel in Camp Curry om wat souvenirs te kopen. Onder
andere onze jaarlijkse Yosemite kalender die we anders altijd via de
post -en tegenwoordig internet- bestellen. Terwijl hij bij het
Housekeeping Camp op de shuttlebus zit te wachten, komt er een grote
Amerikaanse familie aanlopen. De oudste man van het gezelschap gaat
naast Martin op het bankje zitten en begint een gesprek. Je raakt
overigens altijd heel snel en gemakkelijk met Amerikanen in gesprek.
Als Martin vertelt dat we op vakantie zijn, vraagt de man wat we al
gezien hebben van Californië. Als hij hoort dat we in San Francisco
begonnen zijn, wordt hij enthousiast. Daar is hij geboren en
getogen. Hij heeft er zijn hele leven lang al gewoond. Het tramritje
vanaf Powell Street naar Fisherman’s Warf deed hij vroeger dagelijks. Hij
was namelijk leraar op een school die halverwege de rit lag. Voor de
school sprong hij altijd van de rijdende tram af. Nu op zijn
leeftijd, hij blijkt al 88 te zijn (“but my wife is 90!” ) kon hij
dat uiteraard niet meer. Hij had ook nog de Golden Gate brug gebouwd
zien worden. Eerst waren er touwen over de baai gespannen en
vervolgens werd de brug gebouwd. Het had wel een paar jaar geduurd
voordat hij klaar was. (Thuis hebben we het opgezocht. Er werd met
de bouw in 1933 begonnen en in 1937 was hij klaar.) De laatste tien
jaar gingen ze elke zomer een week met de hele familie naar Yosemite
en kampeerden dan in het Housekeeping Camp. Hij zelf was al in 1935
voor het eerst in Yosemite geweest. Of een hotelkamer dan gezien
zijn leeftijd nu niet wat comfortabeler was? Ja dat wel, maar ze
waren geen “rich family” en bovendien het kamperen ging nog heel goed . Hij en zijn familie
waren nu op weg naar het avond rangerpraatje bij Camp Curry. Moesten
wij ook gaan doen. Dat was heel leuk. Vanavond ging het over de
Firefall. Vroeger lieten ze van Glacier Point (dat pal boven Camp
Curry ligt) ’s avonds als het donker was gloeiend hete kolen omlaag
vallen waardoor het net leek alsof er een rood gekleurde waterval de
vallei in viel. In de jaren tachtig werd het beleid echter anders en
besloot men om met deze kunstmatige attractie te stoppen. Hij had
het in het verleden
echter heel vaak gezien, dus voor hem was de lezing wel een stukje
nostalgie.
Dag 8: vrijdag 23
juli 2002
Yosemite – South Lake Tahoe
( gereden
afstand 235 miles, 376 km)
Overnachting: Best Western Station House Inn (www.bestwestern.com)
prijs kamer $137
Vandaag vertrekken
we uit Yosemite. De kinderen vinden het jammer. “Waarom kunnen we
hier niet twee weken blijven?” vragen ze. We hebben om 8 uur al
alles ingepakt en gaan met de auto naar Camp Curry. Daar eten we in
het Curry’s Dinner Pavilion voor de laatste keer ons ‘all you can
eat breakfast’. Na het ontbijt wordt de koelbox volgeladen en
vertrekken we richting South Lake Tahoe. Na 1,5 uur rijden zijn we
bij de Tuolumne Meadows, nog steeds
Yosemite National Park. Helaas geen bloeiende weide. Elk jaar staat
op onze Yosemite-kalender wel een foto van deze bloeiende weide. Wij
zijn er nu in mei, juli en september geweest, maar tot nu toe nog
nooit een bloem gezien. Als we de Tiogapass over zijn en het park
verlaten, gaan we linksaf de US 395 north op. Mono Lake slaan we
over. Wij zijn er al eerder geweest en het is beslist de moeite
waard, maar de kinderen zijn niet direct enthousiast om de tufa’s,
dat zijn kleine rotsformaties in het meer, te bekijken (“stomme
rotsen, wat is daar nou aan?”). Bovendien willen we de tijd
gebruiken om Bodie te gaan bekijken.
Bodie is een spookstadje, gelegen
tussen Lee Vining en Bridgeport in. Toen hier in 1878 veel goud werd
gevonden nam het aantal inwoners binnen een jaar toe van slechts 20
mensen tot meer dan 10.000! Nadat de goud- en zilveraders uitgeput
raakten, vertrokken de meeste mensen weer. Omstreeks 1930 woonden er
nog maar een paar honderd. Deze hadden het op een gegeven moment ook
wel gezien. In 1947 vertrok de laatste bewoner en kregen wind en de
andere weerselementen vrij spel. In 1962 besloot men om van Bodie
een State Historic Park te maken. Zo’n 5% à 10% van de
oorspronkelijke gebouwen staat er nog. Bodie was één van de meest
wilde stadjes van het hele wilde westen. Zie bijvoorbeeld het
volgende stukje afkomstig van de sitewww.desertusa.com/bodie/bodie.html
“By
1879, Bodie boasted a population
of about 10,000 and was second to none for wickedness,
badmen, and "the worst climate out of doors." One little girl, whose
family was taking her to the remote and infamous town, wrote in her
diary: "Goodbye God, I'm going to Bodie." This phrase came to be
known throughout the west. Killings occurred with
monotonous regularity here in Bodie, sometimes becoming almost daily
events. The fire bell, which toll ed the ages of
the deceas
ed when they
were buried , rang often
and long. Robberies, stage holdups and street fights provided variety, and
the town's 65 saloons offered many
opportunities for relaxation after hard days of work in the mines.
The Reverend F.M. Warrington saw it in 1881 as "a sea of sin, lashed by the
tempests of lust and passion."
Meer historische
info
rmatie over Bodie kan je ook vinden op de overheidsite van
Californië:
http://ceres.ca.gov/sierradsp/bodie.html
. Wie foto’s van Bodie wil zien, kan deze vinden op
http://www.bodie.net/album/

Vanaf de US 395 loopt er een
kronkelende zijweg naar Bodie. De eerste 9 mijlen zijn geasfalteerd,
de laatste 3 echter niet, maar deze zijn goed berijdbaar. Bij de ingang
(toegang $3) kopen we een zeer
informatief foldertje. We
wandelen ongeveer een uur lang rond tussen de houten huizen. In de
meeste huizen is nog huisraad achtergebleven. In een saloon zien we
zelfs nog een piano staan. Ook het schoolgebouw is nog compleet
ingericht. Van de afgebrande bank staat alleen nog de kluis
overeind. Hoewel we vrij hoog zitten, is het ook hier erg warm en
daarom blijven we maar niet te lang. Onze lunch gebruiken we op de
picknickplaats die iets verderop gelegen is. Daarna vervolgen we
onze weg naar Lake Tahoe.
Als we weer een
halfuurtje op de US 395 rijden zien we opeens een lampje branden op
het dashboard. ‘Low tire’ geeft het aan. Oeps, wat is dat nou. Een
lekke band? De banden voelen echter goed aan en er is ook niks te
zien. Voor de zekerheid besluiten we een garage op te zoeken. Het
eerste dorpje van onze kaart blijkt uit 5 huizen te bestaan zonder
garage. Het tweede dorpje heeft wel een
garage. De eigenaar, houthakkers hemd, olievegen op zijn voorhoofd
en bezig met de reparatie van een truck, bekijkt onze auto. Hij
schopt even tegen de banden aan en concludeert dat ze hard genoeg
zijn. Hij had, voordat hij deze garage begonnen was, gewerkt bij de
Buick Company. Ze hadden altijd problemen met de elektronica. We konden er gewoon mee doorrijden. Bij de
volgende keer tanken moesten we even de bandenspanning controleren.
Hij had er nu even geen gelegenheid voor. De truck moest af. De
bandenspanning moest minstens 32 zijn. Maar dat hadden ze volgens
hem wel. Enigszins gerustgesteld rijden we verder.
Via de US 395 en de kronkelige maar mooie SR 89
bereiken we de US 50. Daar moeten we rechtsaf. We hebben echter ook
geen keus want in verband met een bosbrand is de weg naar links
afgesloten. Door de extreme droogte zijn er deze zomer veel
bosbranden. Dankzij de duidelijk aangeven straatnamenborden (de
namen van de zijwegen hangen bij elke kruising boven de weg) vinden
we in South Lake Tahoe ons motel gemakkelijk. De kinderen nemen een
frisse duik in het meer. Het bijbehorende strand, inclusief
speeltoestellen, is overigens het privé strand van een ander luxe
hotel, maar wij doen alsof we ook van dat hotel komen. We zien een
helikopter een grote zak met water uit het meer opvissen en weer
richting bosbrand vliegen.
’s Avonds eten we
bij het motel. De glazen met ijswater staan al klaar en worden zo
ongeveer na elke slok door een ober bijgevuld. Judith en Marijke
maken er een wedstrijdje van. Ze proberen hun glas leeg te drinken voordat hij het kan bijvullen. Net als
Marijke haar tactiek aan Judith uitlegt wordt haar halflege glas
achter haar rug al weer bijgevuld, wat tot grote hilariteit en een
verbaasd kijkende ober leidt.
Als we weer terug
zijn bij onze motelkamer schopt Martin op dezelfde wijze als hij de
man van de garage ’s middags heeft zien doen nog even tegen de
banden van de auto aan. Ziet er goed uit roept onze deskundige.
Dag 9: zaterdag 27
juli 2002
South Lake Tahoe – Fallon ( gereden afstand: 92 miles,
147 km)
Overnachting: EconoLodge (www.econolodge.com)
Prijs kamer $64
We laten de kinderen uitslapen en na een
uitgebreid ontbijt, dat ons volgens de menukaart zo’n dertig dollar
gekost zou hebben maar inbegrepen is in de prijs van de kamer, gaan
wij inpakken terwijl de kinderen een duik in het zwembad van het
hotel nemen. We gooien een paar Amerikaanse centen in het bad en als
ze die opduiken mogen ze die houden. Daar zijn ze wel even zoet mee.
Om elf uur checken we uit. Dit tot groot verdriet van Marijke die
nog een cent mist.
Vandaag hoeven we niet zo ver te
rijden. We doen het dan ook rustig aan. Eerst zoeken we een garage
op. Het vooruitzicht om morgen 600 km over de ‘Loneliest road of
America’ te rijden, terwijl er een lampje ‘Low Tire’ brandt, spreekt
vooral Martin niet zo aan. Hij ziet ons al in de woestijn een band
verwisselen. Toen we gisteren South Lake Tahoe inreden had Martin een garage
gezien die zich zelf aanprees als de bandenspecialist. We zoeken de
garage op en nadat we in ons beste engels de zaak uitgelegd hebben,
controleert een monteur de spanning van alle vier de banden. Elke
band blijkt een spanning van 40 te hebben waarbij 42 het maximum is.
Geen flauw idee wat de eenheid is, maar het is in ieder geval prima in orde.
Samen met een collega komt hij tot de conclusie dat het lampje
gewoon niet deugt en dat we er rustig mee door kunnen rijden. Dat is
wel een geruststellende gedachte. Het enige nadeel is
dat, mochten we daadwerkelijk een keer een langzaam leeglopende band
krijgen, we er niet op zullen reageren omdat het lampje toch al
brandt. We hoeven de garage overigens niets te betalen. Service van
de zaak. Als dank geven we een paar dollar voor een biertje.
Vervolgens gaan we op zoek naar
een midgetgolfbaan. Toen wij 14 jaar geleden in South Lake Tahoe waren, hebben we op een fantasiebaan gespeeld
met allerlei sprookjesfiguren. De kinderen hebben daar foto’s van
gezien en willen daar ook op spelen. We kunnen de baan niet meer
vinden maar op aanwijzing van de monteurs van de garage komen we bij
de ‘Magic Carpet Golf’ baan; adres: 2445 Lake Tahoe Blvd (dat is de
grote weg die door South Lake Tahoe loopt, de golfbaan ligt aan de
kant van het meer naast een klein pretparkje. Deze baan is zelfs nog
mooier dan die van 1988. Liefst drie fantasiebanen van 18 holes.
Sprookjes- en dierenfiguren op de banen, bewegende hindernissen,
wonderlijke vormen, er is zelfs een baan waarbij het gat waarin je
de bal moet slaan beweegt. Dat heeft Tiger Woods vast nog nooit
meegemaakt. Deze minigolfbaan is dan ook een groot succes bij de
kinderen. We doen twee van de drie banen. Het enige nadeel is dat
het ruim boven de dertig graden is, zodat het veel water drinken is.
De kinderen willen zelfs nog ook de derde baan spelen, maar daar
hebben we echt geen zin meer in. Veel te warm. Als we de stokken en
de ballen inleveren is het voor ons nog even spannend. Je mag
namelijk je balletje in een soort gokmachine gooien en als je wint
mag je gratis nog een rondje. Tot ons geluk maar tot verdriet van de
kinderen winnen we niet.
Vervolgens rijden
we naar een sportzaak waar ik nieuwe sportschoenen koop. De oude
hebben de wandeltochten in Yosemite niet goed doorstaan. Aangezien je
een tweede paar voor de helft van
de prijs krijgt, besluit Martin ook een stel te kopen. Je bent
Hollander of niet. Zijn vorige sportschoenen had hij overigens
veertien jaar eerder toevalligerwijze ook in South Lake Tahoe
gekocht. Dat ze zolang meegegaan zijn zegt wel iets over zijn
sportieve prestaties. Waarschijnlijk koopt hij in het jaar 2016 wederom in South Lake Tahoe zijn volgende sportschoenen.
Daarna rijden we
South Lake Tahoe uit op weg naar Fallon. Oorspronkelijk hadden we
gepland om onderweg ook Virginia City te bezoeken. Virginia City is
een oud western stadje dat zijn glorietijd tussen 1850 en 1890
beleefde en nu deels gerestaureerd is. (Voor
info
rmatie over Virginia City zie:
http://www.vcnevada.com/)
Onder andere Mark Twain heeft er gewoond en gewerkt. Het is bekend
van diverse oude westerns en de jaren zestig tv –serie ‘Bonanza’.
Deze laatste serie is overigens niet in Virginia City opgenomen maar
op de Ponderosa Ranch vlakbij South Lake Tahoe. (Deze ranch is nu
een soort pretpark. Zie de link:
http://www.ponderosaranch.com/.)
Zelf hadden wij Virginia City in 1988 bezocht en dachten dat de
kinderen het nu ook wel aardig zouden vinden. We vinden het echter
nog steeds te warm, en te laat, en
aangezien we gisteren Bodie al gezien hebben, besluiten we door te
rijden.
Fallon, onze overnachtingplaats, stelt niet veel voor. We vinden ons
hotel en gaan daarna eten bij de McDonalds. Naast de McDonalds
blijkt een gebeurtenis plaats te hebben die ongetwijfeld het
jaarlijkse culturele hoogtepunt van Fallon zal zijn. De kermis.
Uiteraard willen de kinderen er heen. Het is echt een kermis zoals
je die in een klein Amerikaans plaatsje zou verwachten, met een
centraal hokje waar je kaartjes koopt voor de attracties (een soort
puntenboekje).
De kinderen mogen van ons in twee attracties en na uitgebreid
overleg tussen Judith en Marijke wordt gekozen voor het Trappenhuis
en het (mini) Reuzenrad. Vanuit het Reuzenrad zien ze nog meer
interessante attracties waar ze in willen, maar aangezien we morgen
een zeer lange dag voor de boeg hebben gaan we onder groot protest
van de kinderen terug naar ons hotel.
Dag 10: zondag 28
juli 2002
Fallon – Baker ( gereden afstand 396 miles, 634 km)
Overnachting: Border Inn (www.greatbasinpark.com/borderinn.htm)
prijs kamer $40
Vandaag de langste etappe van de hele reis. Meer dan 600 kilometer
van Fallon naar Baker over de highway 50. Deze weg heeft als
officiële bijnaam ‘the loneliest road in America’ en volgt deels de
vroegere route van de Pony Express. Uitgebreide
informatie over de US 50
(inclusief een Survival Guide Book voor de Loneliest Road!) en
Nevada kan je aanvragen bij de
Nevada Commission on
tourism: (Wij kregen gratis een heel pakket
thuisgestuurd inclusief een wegenkaart van Nevada.
De weg voert door grote dorre woestijnvlaktes, met heel af en toe
een stukje groen met vee, afgewisseld door een reeks lage
bergruggen. Hoewel we toch nog enkele tientallen tegenliggers tegen
komen is deze “loneliest road” inderdaad aardig lonely. Tot onze
verbijstering komen we in de hitte ook enkele fietsers tegen. Het
schijnt een uitdaging te zijn om deze weg te fietsen.
Vijfentwintig mijl naar vertrek uit Fallon zien we in de
verte een groot wit zandduin liggen. De restanten van een
prehistorisch strand van een zee die ooit het grootste gedeelte van het huidige Nevada omvatte. We blijven
ons verbazen over de geweldige leegte van dit land. De paar steden die op de kaart nog heel wat beloven zijn
vaak kleine dorpjes. Austin is heel anders dan Fallon. Het is
kleiner en ligt samengepakt tussen de heuvels. We stoppen er echter
niet. We hebben de lunch namelijk gepland in Eureka, maar tot onze
grote verrassing zien we zo’n 30 mijl voor Eureka in dit lege
landschap opeens een picknickplaats: de tafel heeft zelfs een
overkapping zodat we heerlijk uit de zon zitten. Ideaal met deze
hitte. Een picknickplaats langs de snelweg blijkt achteraf overigens
vrij uitzonderlijk te zijn. Tijdens onze hele reis (bijna 5000 km)
hebben we er niet meer dan 10 gezien. Wonderlijk dus dat we hier in
dit verlaten woestijnachtig gebied
er eentje tegen komen.
Na de picknick rijden we door naar Eureka waar we tanken. Voorbij
Eureka wordt de weg kronkeliger. Tegen een uur of 4 komen we aan in
Ely, dat wel weer een redelijke
omvang heeft. In Ely is het Nevada Northern Railway museum. (http://www.nevadanorthernrailway.net/index.htm)
Hier kan je oude stoomtreinen bekijken waarmee ook gereden wordt (je kan meegaan op een treintocht van
een uurtje of twee; kosten ongeveer $25 voor volwassenen). Hoewel
het museum leuk lijkt, hebben wij noch de kinderen na al onze
eenzame mijlen nog puf om er naar toe te gaan. Bovendien rijden er
op dit tijdstip geen treinen meer.
We hebben allemaal dorst en gaan daarom naar een McDonalds. Tot
teleurstelling van de kinderen vinden we het te vroeg voor eten en
zit er geen happy meal in. Het blijft bij ‘pink lemonade’. In de
McDonalds zien we weer enkele opvallend dikke Amerikanen. In Europa
heb je ook wel dikke mensen maar in Amerika heb je er opmerkelijk
veel en dan zijn ze vaak ook nog eens echt heel dik. Een fors
gebouwde moeder met twee dikke
kinderen naast ons drinkt een large -en ‘large’ is in Amerika echt
‘large’- cola en haalt vervolgens nog een gratis ‘refill’. Tja, dat
verklaart toch wel wat.
Na Ely rijden we naar Baker vlakbij het Great Basin National Park,
het doel van morgen. Baker ligt iets meer dan een uurtje rijden van
Ely af. Bij Baker hebben we een kamer in de Border Inn gereserveerd.
De Border Inn blijkt een paar mijl buiten Baker te liggen, precies –
ja de naam zegt het al – op de grens van Utah en Nevada. Er wordt
dan ook geadverteerd met: slapen in Utah, gokken in Nevada. En de
bijbehorende benzinepomp heeft de lage prijzen van Utah.

De Border Inn werkt behoorlijk op onze lachspieren; weliswaar hadden
we ons er al niet veel van voorgesteld (met 40 dollar was de Border
Inn het goedkoopste motel van
onze reis) maar het is zo mogelijk nog wat desolater dan we hadden gedacht. De kamers bevinden zich in een soort
barakken die los van het hoofdgebouw staan. Er staat een televisie
op de kamer, maar daar is geen zender op te ontvangen want er is
geen kabeltelevisie. De kinderen moeten het dus zonder Cartoon
Network doen. Wel kan je bij de bar eventueel een videoband lenen.
Verder ligt de wc-bril los op de wc, maar voor de rest is de kamer
in orde. Hij is schoon, heeft goede
brede bedden en een airco die je in deze hitte wel nodig hebt. In totaal zijn
er iets minder dan dertig kamers –Marijke gaat ze allemaal tellen-
over een paar gebouwtjes verspreid. Achteraf was reserveren niet
noodzakelijk geweest. Meer dan de helft staat leeg. Nadat we ons
geïnstalleerd hebben, gaan we eten.
Het restaurant (tevens winkel, bar en speelzaal) spreekt ons niet
direct aan maar omdat we niet weten wat we in Baker kunnen
verwachten besluiten we toch maar bij het motel te blijven voor het
eten. Vergissing dus. Het eten is niet duur maar de kwaliteit van
het eten houdt niet over. Niet alleen de entourage maar ook de
overige bezoekers van de bar en de gokzaal van de Border Inn maken
de maaltijd tot een bijzondere gelegenheid. Het betreft namelijk een
groep Californian Hell’s Angels, zoals op de rug van hun jacks te
lezen valt. Een oude grijze Hell’s Angel (hij is minstens 60 jaar
oud) houdt vriendelijk de deur voor ons open. Een andere Hell’s
Angel met meer getatoeëerde huid dan niet getatoeëerde huid draagt
zo’n groot mes dat in Nederland
direct drie arrestatieteams uitgerukt zouden zijn maar in Amerika
mag je het blijkbaar dragen. Op een gegeven moment komt er vlak bij
ons tafeltje een Hell’s Angel staan die aan het einde van deze warme
dag een deodorant wel zou kunnen gebruiken. Judith zegt luidkeels:
“die meneer stinkt” Ze heeft weliswaar gelijk maar sommige Nederlandse woorden zijn ook in het engels heel goed te begrijpen. Wij verslikken ons bijna in het
eten, maar de man lacht vriendelijk naar Judith. Nadat ze wat
dollars in de gokkasten verloren hebben, scheuren ze er even later
luidkeels met hun motoren er vandoor.
’s Avonds nog even lopend de staatsgrens over en een foto van de
ondergaande zon gemaakt. We zouden hier niet graag willen wonen,
maar het landschap, een grote dorre vlakte met lage struiken en op
de achtergrond heuvels, is toch zeer indrukwekkend.
Daarna valt er hier weinig te doen, dus gaan we met z’n vieren
verstoppertje spelen tussen de motelgebouwen door. Als ik gehurkt
verstopt zit achter het voorwiel van een Amerikaanse jeep komt
onverwachts een dame uit haar kamer en vraagt bezorgd of ik mij wel
‘all right’ voel. “Playing hide and seek” zeg ik zachtjes, maar
helaas: Martin, die moet zoeken, ziet een dame tegen een auto praten
en heeft gelijk door wat er aan de hand is. Grote hilariteit bij
Martin en de kinderen en een lichte gêne van mijn kant.
Dag 11 Maandag 29
juli 2002
Baker/Great Basin
National Park ( gereden afstand in en naar het park 56
miles, 90 km)Overnachting: Border Inn (www.greatbasinpark.com/borderinn.htm)
prijs kamer $40
Na het ontbijt rijden we naar het Great Basin National Park. Dit is
één van de minder bekende nationale parken van Amerika. Het is ook
nog niet zolang een nationaal park. Pas sinds 1986. Het heeft twee
bekende ‘attracties’. Ten eerste de Lehman Caves, een
grottencomplex, en ten tweede de
Wheeler Peak, een ruim vierduizend meter hoge berg waarop de
Bristlecone Pines bomen groeien. Voor
informatie over het Great Basin
National Park: Zie
http://www.nps.gov/grba/ of de site
http://www.great.basin.national-park.com/.
We rijden eerst naar het Visitor Center. Vanwege de hitte adviseert
een ranger ons om ’s morgens naar de Wheeler Peak te rijden en daar
te gaan wandelen en dan ’s middags de Lehman Caves te bezoeken. We
schrijven in voor de grotrondleiding die om drie uur begint en
rijden vervolgens de scenic drive van de Wheeler Peak op. 25 Minuten
en een kronkelige weg later bevinden we ons bij het eindpunt van
deze weg, een parkeerplaats op ruim 3500 meter hoogte. Vanaf hier
loopt er een trail naar de Bristlecone Pines. Het is behoorlijk
klimmen en we doen er met de nodige rustpauzes dan ook 75 minuten
over om de bomen te bereiken.

Dan staan we wel oog in oog met de oudst levende bomensoort
op aarde. De oudste boom hier is ruim 3200 jaar oud. Dit hebben ze
kunnen meten door op verschillende plaatsen gaten in de stam te
boren en de jaarringen te tellen. Voor het ontstaan van het park
waren ze nog niet zo subtiel. In 1964 zaagde een student (overigens
met toestemming van de US Forest Service!) een zeer oud lijkende
Bristlecone Pine om, ging de jaarringen tellen en kwam toen tot de
conclusie dat de boom liefst 4862 jaar oud was. Later onderzoek wees
uit dat de boom zelfs al 4950 jaar oud was. Maar ja, hij was nu wel
omgezaagd. Het is een raar idee dat sommige van deze Bristlecone
Pines al leefden op het moment dat er in Egypte piramides gebouwd
werden. De bomen zijn niet erg groot en zien er erg verweerd uit
maar wel fotogeniek. We blijven er een half uurtje. De tocht omlaag
gaat een stuk sneller dan omhoog en na 45 minuten afdalen zijn we
weer bij onze auto.
We eten een heerlijke sandwich in de winkel / lunchroom bij het
Visitor Center. Als de zeer vriendelijke serveerster hoort dat we de
volgende dag naar Bryce gaan, komt ze met de tip om onderweg langs
de Parowan Gap Petroglyphs te rijden. Op deze plek, zo’n 15 mijl ten
noorden van Cedar City gelegen
aan de weg welke loopt tussen de US 130 en I15 in, zijn Indiaanse
rotstekeningen te zien. Volgens haar zouden onze kinderen dat heel
leuk vinden. Ze laat een ranger zelfs een foldertje voor ons halen.
We zijn er overigens niet heen gegaan, maar voor wie kinderen heeft,
die in de indiaanse cultuur geïnteresseerd zijn, is het misschien
een idee.
Om drie uur ’s middags gaan we ondergronds. Er zijn drie
rondleidingen door de Lehman Caves. Van een half uur, van een heel
uur en van anderhalf uur. Onze kinderen zijn niet van die
grotbezoekers en een half uur vinden ze meer dan genoeg. De groep
bestaat uit 15 man. Echt bijzonder is de grot niet. De gebruikelijke
stalactieten en stalagmieten. Na een half uur voegt zich opeens een
tweede ranger bij de rondleiding.
Hij komt de vier mensen ophalen van de halfuursrondleiding. Hé, dat
zijn wij. Het blijkt dat de halfuursrondleiding en de rondleiding
van een uur samengevoegd zijn. Wij zijn de enige die voor een half
uur gekozen hadden. Als we buiten zijn, zeggen Judith en Marijke dat
ze eigenlijk nog wel langer in de grot hadden willen blijven. Had
dat even eerder gezegd. Dan hadden we de rondleiding van een uur
kunnen vervolgen.
Gezien onze ervaringen met het diner in de Border Inn gaan we in
Baker op zoek naar een ander restaurant. Baker is niet echt een
wereldstad. Sterker nog, zo gauw je Baker binnen rijdt, moet je op
de rem staan anders ben je er door heen. We zien maar één
restaurant, T&D’s. Je kan er zowel Mexicaans als Italiaans eten
krijgen en er zit ook winkel bij. De eigenaren zijn Terry en Debbie
Steadman. Nadat ze allebei twintig jaar voor AT&T gewerkt hebben,
zijn ze teruggekeerd naar dit verlaten oord (‘returning to one’s
roots’), een leven van “high technology and the big city life“
achter zich latend. Aldus hun internetsite, waar ook foto’s van het
restaurant op te vinden zijn, (adres:
http://www.greatbasinpark.com/td.htm)
Het eten is in ieder geval een
stuk beter dan dat van gisteren in de Border Inn. Tegenover T&D’s
zien we het Silver Jacket Motel liggen, het andere motel van Baker.
Dag 12 dinsdag 30
juli 2002
Baker – Bryce Canyon (gereden afstand 197 miles, 315 km)
Overnachting: Ruby’s Inn Campground (www.rubysinn.com/rv_camp.html).
Prijs Cabin $ 51
Vandaag is het een feestelijke dag. Niet omdat we van Baker naar
Bryce rijden maar omdat Martin jarig is. Hij wordt toegezongen en
krijgt van Judith een cadeautje dat ze zonder iets te zeggen had
meegenomen uit Holland. Marijke is wat verdrietig omdat ze voor de
vakantie een tekening voor Martin had gemaakt maar deze thuis heeft
laten liggen.
Na het ontbijt in de Border Inn tanken we en rijden we via de US 487
door Baker heen naar de SR 21. Heeft de US 50 de bijnaam loneliest
road of America, deze SR 21 is nog veel lonelier. In het eerste uur
komen we welgeteld 3 auto’s tegen. Terwijl wij het woestijnlandschap
bewonderen bezingt op het meegebrachte cassettebandje Ede Staal
toevalligerwijze het Groninger landschap. De landschappen lijken
niet op elkaar. Even later wordt Ede Staal opgevolgd door K3, de
muziekkeuze van de kinderen. Vanaf Miltford wordt het wat drukker en
via Minersville en Adamsville bereiken we de I15. Na zo’n 20 mijl
moeten we weer van de I15 af omdat we de SR 20 richting Bryce Canyon
moeten hebben. Toevalligerwijze slaan de zes auto’s die voor ons
rijden hier ook allemaal af. De voorste van deze auto’s is uiteraard
de langzaamste en aangezien de SR 20 een kronkelige weg door een
heuvelachtig landschap is, en er niet ingehaald kan worden, rijden
we een kleine 40 mijl in een soort konvooitje naar de SR 89. Hier
slaat het hele konvooitje rechtsaf. Blijkbaar gaat iedereen naar Bryce. Bij de afslag naar de SR 12 is
het van hetzelfde laken een pak. Iedereen naar links. Even later gebeurt er echter iets grappigs. De
voorste auto slaat opeens rechtsaf een klein weggetje in en het hele
konvooitje volgt braaf. Wij zijn de enige die zien dat het echter
niet de weg naar Bryce is maar naar een ‘restplace’ en we rijden dus
door.

Bij Bryce hebben we bij de camping van Ruby’s Inn een cabin gehuurd.
Het is echt een mooie blokhut. Zowel de kinderen als wij zijn er
enthousiast over. Zelfs het hout ruikt lekker. Een andere aangename
verrassing is het zwembad vlak naast onze cabin. Dat was er in 1991
nog niet. De kinderen trekken onmiddellijk hun badpakken aan en de
rest van de middag vermaken ze zich in het zwembad. Wij lopen
ondertussen een rondje over de camping. Het motelgedeelte van de Ruby’s Inn heeft zich sinds 1991
behoorlijk uitgebreid. Op de plek waar wij elf jaar eerder ons
tentje hadden opgezet, staat nu een groot motelgebouw.
Voordat wij ons ook in het zwembad storten, draaien we eerst nog
even een was in de coin laundry van de camping. Daar staat ook een
pc waarmee je tegen betaling kan internetten. We stoppen er twee
dollar in en sturen een mailtje naar Nederland. Althans dat was de bedoeling. Net op het moment dat we op de verzendknop willen drukken is
onze tijd voorbij en sluit de pc automatisch af. Mopperend op het
stomme apparaat stoppen we er nu maar drie dollar in en herhalen het
hele proces. Nu lukt wel om alles op tijd te verzenden.
’s Avonds eten we in het restaurant van de Ruby’s Inn. Daarna
bekijken we aan de overkant nog even de winkeltjes. De kinderen
mogen in soort stenenwinkel elk een zakje kopen dat je zelf mag
vullen met mooie stenen. Verbazingwekkend is het aantal stenen dat
de kinderen in het zakje kunnen krijgen. Verbazingwekkend is ook de
tijd die ze hier voor nodig hebben. De keus wordt wel zeer wel
overwogen gemaakt.
Dag 13 Woensdag 31
juli 2002
Bryce CanyonOvernachting: Ruby’s Inn Campground (www.rubysinn.com/rv_camp.html)
Prijs Cabin $ 51
We laten onze auto bij Ruby’s Inn staan en nemen de shuttlebus naar
het Visitors Center. Bryce Canyon National Park kent tegenwoordig
een vrijwillig shuttlebus systeem. Dat wil zeggen er rijdt een
gratis shuttlebus, maar je bent niet verplicht om hem te gebruiken.
Je mag ook met de auto het park in. We kijken even rond in het
Visitor Center en vragen dan voor Marijke een Junior Ranger Program.
Dit is een boekje met allerlei opdrachten, die met de natuur te
maken hebben. Als je die allemaal hebt gedaan, word je Junior Ranger. Marijke wil dit graag worden. Eén van de
opdrachten is om een ranger-activiteit bij te wonen, bijvoorbeeld
een rangerpraatje. Dit onderdeel slaan we echter maar over, omdat in
verband met de taal Marijke er weinig van zal begrijpen. De andere
opdrachten, zoals opschrijven wat voor dieren je ziet, een wandeling
maken, afval verzamelen e.d. kan ze wel en ze begint er fanatiek
mee. Ze wil graag junior ranger worden. Je kan een badge verdienen.
Na het Visitor Center nemen we de bus naar Inspiration Point voor
een mooi uitzicht over het Bryce Amphitheather. Bryce is een heel
wonderlijk park. Het bevat
duizenden oranje, roze, rode, paarse en geelwit gekleurde
zandsteenformaties, die nog het meest lijken op grote stalagmieten.
Sommige staan in grote aantallen, de zogenaamde 'amfitheaters',
vlak bij elkaar. Andere staan wat meer apart. De speciale vormen
zijn ontstaan door erosie. De kleuren rood en geel worden
veroorzaakt door ijzeroxide en de kleuren paars en zacht lila door
mangaan in de rotsen. Afhankelijk van de lichtinval zien de kleuren
er telkens weer anders uit. De eerste keer dat we het zagen, hadden
we geen idee wat we konden verwachten en vonden we het prachtig. De
tweede keer was het ook nog wel mooi
maar toch al iets minder. Nu, de derde keer, vinden we het niet meer
zo bijzonder. Uitkijkpunten zoals Bryce Point en Sunset Point slaan
we dan ook over en we nemen de shuttlebus naar de Bryce Canyon
Lodge. Vandaar lopen we langs de rim naar Sunrise Point.
Hier begint de Queens Garden
Trail. Met een afstand van 2,5 km en een te overwinnen
hoogteverschil van 150 meter, is dit de gemakkelijkste van alle
wandelingen die in de Canyon afdalen. De meeste toeristen komen niet
verder dan het bekijken van Bryce vanaf de rand, maar een wandeling
in de Canyon is aan te raden. Pas dan zie je hoe groot de hoodoos,
zo heten de rotsen, zijn. Judith heeft echter weinig zin in
wandelen. Ze wil liever naar de camping om te zwemmen. Marijke wil
wel wandelen -het is één van de opdrachten uit haar Junior Ranger
boekje- en daarom gaan we toch maar. Eén van de opdrachten is om op
te schrijven welke dieren je allemaal ziet tijdens de wandeling.
Marijke ziet een zwarte kraai, twee grondeekhoorns, vier wespen, een
vogel met blauwe vleugels en een stuk of tien mieren. De rangers
zullen onder de indruk zijn. Het is erg warm. We drinken weer veel
water en besluiten tot groot genoegen van Judith om maar niet
helemaal tot de Queens Garden te wandelen maar om te keren en terug
te gaan naar de camping. Terug omhoog is een stuk vermoeiender. De
eerste die boven komt is Judith. Ze is opeens helemaal gemotiveerd
om te gaan lopen.
We nemen de shuttlebus terug
naar het Visitor Center en daar geeft Marijke haar boekje aan een
ranger. We vertellen hem dat ze vanwege het taalprobleem niet een rangeractiviteit
heeft bijgewoond maar wel alle andere opdrachten heeft uitgevoerd en
dat ze wel twee keer zoveel zwerfafval heeft verzameld en in een
afvalbak heeft gegooid als verlangd werd. Dat is heel mooi zegt de
ranger, maar ze kan geen junior ranger worden. Dat kan echt alleen
maar als ze ook een rangeractiviteit heeft bijgewoond. De Junior
Ranger badge kan hij dus helaas niet geven. Hij kijkt ook niet eens
verder in haar boekje. Wel krijgt ze een embleem (Judith ook). Strikt
formeel zal hij wel gelijk hebben, maar zoiets doe je niet. Marijke
is zwaar teleurgesteld.
De rest van de dag wordt besteed
aan zwemmen, eten en weer
zwemmen. In de grote winkel van Ruby’s Inn kopen we voor $25 een
prachtig boek van National Geographic over alle Nationale Parken van
Amerika. Het zijn er momenteel 55. We tellen hoeveel wij er al
bezocht hebben. We komen uit op 14; te weten: Arches, Bryce,
Canyonlands, Capital Reef, Death Valley, Grand Canyon, Grand Teton,
Great Basin, Red
wood, Sequoia & Kings Canyon,
Waterton-Glacier, Yellowstone, Yosemite en Zion. Als we het Joshua
Tree National Park alvast mee rekenen –dat park zullen we later op
deze rondreis bezoeken-, dan hebben we er 15 gezien. Nog 40 te gaan.
We moeten dus nog maar wat vaker naar Amerika.
Dag 14 Donderdag 1
augustus 2002
Bryce Canyon – Zion (Springdale) (gereden afstand 90 miles, 144 km)
Overnachting: Pioneer Lodge (www.pioneerlodge.com)
Prijs kamer: $77
Als we ’s morgens de boel aan het inpakken gaan, beginnen de
kinderen te klagen. Ze willen niet weg. Ze willen blijven. Hier is
een mooi zwembad. Waarom kunnen we hier niet een dag extra blijven.
Gewoon niks doen en op de camping blijven. We leggen uit dat we niet
wisten dat er een zwembad naast de cabin was en dat we bij Zion een
motelkamer gereserveerd hebben, dat daar ook een zwembad is en dat
er hier andere mensen in onze cabin komen. We doen het wel lekker
rustig aan. De check out time is 11 uur. We leveren de sleutel in
maar gaan nog niet weg. De kinderen spelen in het zwembad en wij
lezen een boek. Pas om 1 uur vertrekken we richting Zion.
Als we de US 89 richting Zion volgen zien we een bord waarop staat
dat er verderop wegwerkzaamheden
zijn. Dit kan een vertraging van een uur geven. Een alternatief is
om de SR 44 te nemen en dan via de I15 en de SR 17 naar Zion te
rijden. Dat is een omweg van ruim 50 mijl, ook een uur dus. We
kiezen voor de US 89 en nemen de gok van oponthoud. Dat pakt goed uit. De vertraging blijft beperkt tot maar tien
minuten. Aardig is het bord bij de wegwerkzaamheden. ‘Your tax money at work’ staat er op. Bij het plaatsje Mount
Carmel pakken we de afslag naar Zion.
Zion is een mooi park. Het
bestaat uit hoge plateaus en twee grote canyons, te weten de Zion
Canyon en de Pion Creek Canyon. Door deze laatste loopt de Zion Mt
Carmel Highway. Deze SR 9 is de doorgaande weg door het park en
verbindt de I-15 in het westen met de US 89 in het oosten. In
tegenstelling tot bijvoorbeeld de Grand Canyon en Bryce Canyon lopen
de verharde wegen in Zion niet op de rim, maar juist op de bodem van
de canyons. Dat maakt het park vrij uniek. Je hebt namelijk het idee
dat je in het dal van een berglandschap rijdt, maar in werkelijkheid
rijd je dus op de bodem van een canyon en kijk je tegen de hoge
rotswanden op.
We zijn nog maar net het park binnen of Marijke ziet op de bergwand
een kudde ‘desert bighorn sheep’ lopen (“geiten zoals Marijke ze
noemt). Het zijn er een stuk of tien. We stappen uit en nemen de
tijd om foto’s te nemen. Binnen de kortste keren staat er een hele
rij auto’s eveneens stil om foto’s te nemen. Ook een ranger stopt en
maakt foto’s, waaruit wij concluderen dat de kudde niet vaak te zien
is.

Nadat we door de smalle Zion-Mt
Carmel tunnel zijn gereden verlaten we via de
westelijke ingang het park weer. Voordat we de Zion Canyon gaan
bekijken willen we namelijk eerst even in ons motel inchecken.
Aangezien de Zion Lodge in het park
vol was, hebben we een
motel in Springdale gereserveerd. Dit dorp ligt pal naast het park
en telt een hoop motels. Nadat we ingecheckt hebben, pakken we de
gratis shuttlebus die tussen de motels van Springdale en het Visitor
Center heen en weer rijdt. In het Visitor Center bekijken we de
informatieborden en een
diavoorstelling en vragen vervolgens naar het Junior Ranger program.
Marijke wil toch nog een keer proberen om junior ranger te worden. Vervolgens lopen we naar de
shuttlebus die door de Zion Canyon rijdt. Mocht je vroeger nog met
de auto de Zion Canyon in, nu mag het niet meer (tenzij je een
reservering hebt voor de Zion Lodge). Met de shuttlebus rijden we
naar de Lodge. We reserveren een tafel voor het avondeten en kijken
wat rond tot we aan tafel kunnen.
Het eten is er lekker. Het is druk in het restaurant en het is maar
goed dat we gereserveerd hebben.
Na het avondeten is er in de Lodge een ranger die een lezing met
dia’s over vogels in Zion houdt. We besluiten er heen te gaan zodat
de kinderen in ieder geval een
rangeractiviteit hebben bijgewoond. Dit voor het geval ze hier ook
zo streng zijn. De ranger heeft mooie dia’s en kan leuk vertellen
over de dieren. Zo vertelt hij over een vogeltje dat heel bijzonder
is omdat het heel veel water drinkt voordat hij over een
woestijnachtig gebied gaat
vliegen. Je kon het vergelijken met het op één dag opdrinken van
tien kratten bier door een mens. ‘So what!’ had de vorige keer een
Amerikaan geroepen.
Als we met de shuttlebussen terug rijden naar ons motel is het al
donker. Het zwembad is echter verlicht en hoewel het al halftien is
mogen de kinderen nog even zwemmen.
Dag 15 Vrijdag 2
augustus 2002
Zion National Park (Springdale)
Overnachting: Pioneer Lodge (www.pioneerlodge.com)
Prijs kamer: $77
De kinderen zijn gisteravond laat naar bed
gegaan en vanochtend wordt er daarom uitgeslapen. Pas tegen een uur
of elf zijn we in het park. Als eerste gaan we met de shuttlebus
naar de Weeping Rock Parking
Area. Hier maken we een wandeling naar de
zogenaamde 'Hanging Gardens'. Deze planten ‘hangen’ aan
ietwat overhangende rotsen waaruit water omlaag druppelt (de Weeping
Rock). De bovenliggende rotslagen zijn poreus en de sneeuw en regen
die hier bovenop valt, heeft ongeveer twee jaar nodig om er door
heen te sijpelen. Dankzij dit water groeien er allerlei planten aan
de onderkant van deze rotswanden. Ook in droge tijden. We doen
ongeveer een half uurtje over deze wandeling (afstand heen en weer
nog geen ½ mijl). Daarna is het tijd voor de lunch. Deze eten we
gezeten op het gras voor de Lodge. De kinderen klagen dat ze vanwege
de warmte geen zin hebben om nog verder te gaan wandelen, maar wij
willen nog een stukje van de Zion Canyon bekijken.

De lucht betrekt als we met de
shuttlebus naar de 'Temple of Sinawava' rijden. Bij deze rotswand
begint de 'Gateway to the Narrows'. Dit is een wandeling van 1,5 km
over een verharde pad naar een kloof die de ‘Narrows’ heet. Onderweg
naar de 'Temple of Sinawava' begint het plotseling te regenen en
niet zo zachtjes ook. Het is een echte wolkbreuk. Iedereen in de bus wordt nat omdat
alle dakramen van de bus openstaan. Het duurt wel even voordat ze
allemaal dicht zijn. Bij het eindpunt stortregent het nog steeds. Er staan mensen te wachten
die volledig
doorweekt zijn. Ook wij zijn niet ingesteld op een bui. Dus
besluiten we om in de bus te blijven zitten en mee terug te rijden.
Overal om ons heen worden in de steile rotsen spontane watervallen
gevormd. De Virgin-rivier die kort tevoren nog een helder beekje
was, is nu een bruine modderstroom. Als we echter een halte verder
zijn, neemt de regen af. Het lijkt erop of de bui weer even snel zal
verdwijnen als hij gekomen is. We besluiten om alsnog de wandeling
te gaan maken. We stappen over op een vrijwel lege bus en keren
terug naar het eindpunt.
Als we weer bij de 'Temple of
Sinawava' zijn, is het droog. Maar het effect van de bui is goed
merkbaar. De lucht is fris en
de temperatuur is behoorlijk gedaald. Het is nu aangenaam
wandelweer. Aan de overkant van de rivier ontspringt een waterval
midden uit een rots en klettert met veel lawaai naar beneden. Soms komen er stenen
omlaag. Als we overigens twee uur later langs hetzelfde punt lopen
is er bijna niets meer over van deze waterval. De wandeling eindigt
bij een kloof die de Narrows heet. Hier houdt het verharde pad op.
De wanden van de canyon komen hier zo dicht bij elkaar dat de Virgin
River de hele canyon vult. Wie dus verder wil wandelen zal door het
soms ijskoude water en over gladde rotsen moeten lopen. De kinderen
willen wel, maar wij niet. Zonde van onze nieuwe sportschoenen.
Bovendien, mocht het weer plotseling gaan regenen, dan kan het zelfs
gevaarlijk zijn. Door een flinke regenbui kan verderop in de Canyon
een vloedgolf
ontstaan en de smalle kloof biedt dan in de Narrows echt geen
vluchtplekken.
Nadat we terug gelopen zijn
naar de 'Temple of Sinawava' rijden we met de shuttlebus terug naar
het Visitor Center. Daar beantwoorden de kinderen de laatste vragen
in hun Junior Ranger Program. Vervolgens geven ze het boekje aan een
ranger. Deze neemt wel de tijd voor de kinderen en bekijkt hun
antwoorden met interesse. De kinderen hebben de vragen in het Nederlands beantwoord maar wij
vertalen de antwoorden voor haar. Ze stelt ook nog enige vragen aan
Judith en Marijke, zoals de vraag waarom je de dieren niet mag
voeren. Judith weet het goede antwoord en allebei worden ze
benoemd tot Junior Ranger. Ook krijgen ze de bijbehorende badge.
Marijke straalt helemaal.
’s Avonds eten we nog een
keertje in het restaurant van de Lodge. Buiten op het grasveld lopen
enkele herten. Deze mogen zich in de warme belangstelling van
allerlei kinderen, waaronder die van ons, verheugen. Eentje (van de
herten) loopt mank. Een Amerikaans meisje vraagt aan Judith of ze
weet hoe dat komt. Hier zien we de vruchten van het kijken naar
Cartoon Network, want Judith kan zich in het Engels goed
verstaanbaar maken.
Dag 16 Zaterdag 3
augustus 2002
Springdale – Grand Canyon (gereden afstand 257 miles, 412 km)
Overnachting: Thunderbird Lodge
www.grandcyonlodges.com/accommodations/011A_rooms_res.htm#K&T
prijs kamer: $129
Vandaag staat het rijden naar de South Rim van de Grand
Canyon op het programma. We hadden van tevoren bedacht dat de Grand Canyon iets was dat de kinderen moesten zien. En
aangezien wij de South Rim mooier vinden dan de North Rim kozen we
voor de South Rim. Nu hebben we spijt van deze keuze. Het betekent
een omweg van twee dagen. De kinderen zijn het lange reizen en het
wandelen in de hitte in een natuurpark een beetje moe. Achteraf
bekeken hadden we beter óf de Grand Canyon helemaal moeten overslaan
óf voor de North Rim moeten kiezen. Deze laatste hadden we dan
onderweg van Bryce naar Zion mee kunnen nemen. Dit had dan een dag
extra rijden bespaard en die hadden we dan kunnen gebruiken om
ergens anders wat langer te blijven. Foutje in de planning dus.
We vertrekken voor ons doen vrij vroeg uit Springdale. Om tien uur
al. Het is al weer behoorlijk warm. Marijke drinkt ijskoud water en
dat blijkt even later slecht te bevallen. Ze geeft in de auto
onverwachts over. Als we alles schoon gemaakt hebben, blijkt er ook
wat op de gameboy van Judith terechtgekomen te zijn. Wie wil weten
of deze daar goed tegen kan, bij
deze het antwoord op deze consumententest. Niet dus, hij doet het
niet meer. Een klein drama dus. We leggen de gameboy in de zon zodat
hij kan op drogen en hopen dat hij het alsnog gaat doen. Judith mag
van Marijke haar gameboy lenen.
We rijden via de SR 89 naar Kanab. Daar kiezen we voor de SR 89A.
Bij Jacob Lake slaan we links af. Ga je rechtdoor dan is het nog
ruim 40 mijl naar de North Rim van de Grand Canyon. De afstand
tussen de North Rim en de South Rim bedraagt 10 mijl. Dus hemelsbreed
zitten we nog maar 50 mijl van ons hotel op de South Rim af. Echter
over de weg bedraagt afstand nog
bijna 200 mijl. We hebben dus nog een hoop te rijden. Vlak na Jacob
Lake begint het te regenen en niet zo klein beetje ook. Gelukkig
duurt het niet lang en even later is het weer droog. De SR 89A is
een mooie scenic route. Het eerste deel gaat door het Kaibab
National Forest. Daarna rij je door een soort woestijn. Een soort
’once upon a time in the west’ landschap. Om een uur of twee komen
we bij het plaatsje Marble Canyon. Hier vlakbij moet ook ergens de
Antelope Canyon liggen. We hebben er mooie foto’s van gezien, maar
je kan niet alles bekijken. Vervolgens rijden we over de Navajo
Bridge over de Colorado. Hier begint de Navajo Indian Reservation.
Beneden op de rivier zien we een
grote gele rubberen boot. Het is echt een joekel van een ding. Er
zitten wel meer dan tien mensen op. Ze zijn aan het raften door de
Grand Canyon. Bij de brug zien we ook de eerste indianenstalletjes.
Onderweg komen we er meer tegen. We hadden Judith en Marijke beloofd
dat ze allebei een sieraad mochten kopen. We stoppen bij een plek
waar wat meer stalletjes staan. Judith en Marijke kiezen allebei
voor een ketting. De prijs van $5 valt mee.

Bij Cameron nemen we de Highway 64 en rijden via de east entrance
het Grand Canyon National park binnen. Bij Desert View stoppen we.
Hier is het eerste echt mooie uitzichtpunt over de Grand Canyon. Het
is er druk. We hebben nog net de laatste parkeerplaats. Het uitzicht
is mooi en indrukwekkend. In de verte kunnen we tussen de roodbruine
canyonwanden de Colorado zien. De rivier die bij de Navajo Bridge
groenblauw was, is hier bruin. Het is voor ons de derde keer dat we
de Grand Canyon bekijken en op een of andere wijze bekruipt ons hier
weer hetzelfde gevoel als bij Bryce. Het is mooi maar we hebben het
al gezien. Dit gevoel hadden we bij Yosemite en Zion absoluut niet.
Die bleven ook de derde keer prachtig om te bekijken. Misschien komt
het omdat de natuur in Yosemite en Zion beweegt (de rivieren, de