|
Het kiesstelsel in de
Verenigde Staten In de Verenigde Staten zijn er net zoals in
Nederland één keer in de vier jaar verkiezingen. Alleen het
Amerikaanse systeem is veel ingewikkelder.
Registratie
Het begint allemaal met de registratie als kiezer; Amerikanen moeten
zich laten registreren om te mogen kiezen. Ze kunnen zich
registreren als Democraat, Republikein of als onafhankelijke kiezer.
Inschrijving
Met een inschrijving als Republikein of als Democraat mag je meedoen
aan de gesloten voorverkiezing van de eigen partij. Sommige
voorverkiezingen zijn toegankelijk voor alle kiezers, dus ook de
onafhankelijke.
Voorverkiezingen
Dan begint in januari van het verkiezingsjaar het
voorverkiezingsseizoen. De Amerikaanse bevolking moet dan de twee
kandidaten kiezen die het tegen elkaar gaan opnemen bij de echte
verkiezingen in november. Bij deze verkiezingen is Bush al naar
voren geschoven als kandidaat voor de Republikeinen. Er zijn dus
ditmaal geen voorverkiezingen bij de Republikeinen. Er is niemand
geweest bij de Republikeinen die het tegen Bush wilde opnemen in de
voorverkiezingen. Bij de Democraten is er wel een aantal kandidaten
dat de uiteindelijke kandidaat wil worden voor het presidentschap.
Primaries en Caucussen
Maar eerst moet er beslist worden wie de kandidaat wordt voor de
Democraten. Dit gebeurt dus in de voorverkiezingen. Voorverkiezingen
kunnen op twee manieren plaatsvinden, door middel van Primaries en
Caucussen. Een Primary is eigenlijk hetzelfde als in Nederland.
Mensen gaan gewoon naar de stembus en brengen hun stem uit op de
kandidaat van hun keuze. Een Caucus werkt heel anders. Bij een
Caucus komen mensen naar een bepaalde ontmoetingsplek (een
postkantoor, buurthuis, school, etc), daar laten ze hun voorkeur
voor een kandidaat blijken door hun hand op te steken of in een
bepaalde hoek te gaan staan. In sommige staten krijgt degene met de
meeste stemmen van die staat alle afgevaardigden en soms krijgt
iedere kandidaat een deel van de afgevaardigden.
Partijconventies
De mensen kiezen in het voorverkiezingsseizoen dus afgevaardigden.
Dit zijn een soort vertegenwoordigers van de bevolking. De mensen
kiezen een afgevaardigde die op één van de kandidaten gaat stemmen,
de afgevaardigden zullen dan later op de partijconventies moeten
stemmen op die kandidaat.
Afgevaardigden
Een kandidaat moet dus in de voorverkiezing zoveel mogelijk
afgevaardigden verzamelen om als uiteindelijke presidentskandidaat
gekozen te worden. Bij 2161 afgevaardigden heeft een kandidaat een
meerderheid en is hij verzekerd van een kandidatuur voor het
presidentschap. De partijconventies vinden in juli en augustus
plaats.
Campagnes
Nadat de twee kandidaten voor het presidentsschap bekendgemaakt
zijn, beginnen de campagnes. Aan deze campagnes wordt enorm veel
geld besteed. Dit loopt soms op tot 100 miljoen euro. Ter
vergelijking: in Nederland wordt er door de grootste partijen
ongeveer 1 miljoen euro aan een verkiezingscampagne besteed.
Kiesmannen
Bij de verkiezingen om het presidentschap gaat het om kiesmannen,
eigenlijk werkt dit hetzelfde als de afgevaardigden. Alleen geldt
voor alle staten 'the winner takes all'. De kandidaat die meer dan
50% van de stemmen behaalt in een staat, krijgt àlle kiesmannen. In
totaal zijn er 538 kiesmannen te verdelen, degene met de meeste
kiesmannen wint de verkiezingen. De kleinste staten hebben allemaal
drie kiesmannen, in grotere staten zoals Californië en New York zijn
meer kiesmannen te behalen. Californië heeft als grootste staat
bijvoorbeeld 55 kiesmannen. Op 2 november kan iedereen in de
Verenigde Staten naar de stembus en brengt zijn stem uit. De strijd
zal zich vooral gaan concentreren op de grote staten. En de staten
waar zowel de Democraten als de Republikeinen kunnen winnen. Het is
natuurlijk zinloos om als Democraat campagne te gaan voeren in een
staat waar overwegend Republikeins gestemd wordt.
Kiescollege
Als de verkiezingen achter de rug zijn, vormen de kiesmannen het
kiescollege. Zij zullen uiteindelijk de president kiezen. Opvallend
detail is dat in 25 staten de kiesmannen verplicht moeten stemmen op
de winnaar van hun staat, maar voor de 25 andere staten geldt dit
niet. Er kunnen dus kiesmannen, mochten ze dat willen, op de andere
kandidaat stemmen. Zo kunnen ze toch nog de uitslag veranderen van
de verkiezing. Dit is acht keer eerder voorgekomen in de
geschiedenis van de Verenigde Staten, maar dit is al een hele tijd
niet meer gebeurd. Het is dan ook onwaarschijnlijk dat het deze keer
wel gebeurt.
Minderheid
Door het kiesmannensysteem kan het gebeuren dat de ene kandidaat de
meerderheid van de stemmen heeft, maar dat de andere kandidaat toch
wint met meer kiesmannen. Dit komt omdat het kiesmannenstelsel niet
gebaseerd is op evenredige vertegenwoordiging. De kleinste staten
hebben allemaal drie kiesmannen, ongeacht het aantal inwoners. De
staat Wyoming in de VS telt 0,18% van de inwoners van de VS, maar
met drie kiesmannen heeft de staat wel 0,56% van het totale aantal
kiesmannen. Bij Californië is het omgekeerd. Californie heeft 11,97%
van het totale aantal inwoners, maar 10,04% van het totale aantal
kiesmannen. Zo is dat bij meer staten het geval. De kiezers zijn dus
niet altijd evenredig vertegenwoordigd door hun kiesmannen. Daardoor
kan het dus voorkomen dat een kandidaat met een minderheid van de
stemmen president wordt.
Bron: rtl4.nl

  
|