Obama wordt een tweede Carter

Door Ben Koster

Dat wordt straks een mooi plaatje: het zwarte gezin Obama bij de royaal opgetuigde witte kitch-kerstboom in het Witte Huis, dromend van een ‘white Christmas’. Voor het eerst zullen nakomelingen van Afrikaanse slaven (niet Barack zelf, maar Michelle en de kids) het middelpunt zijn van dat traditionele tafereeltje vol symboliek...

Oké, het is nog niet zo ver, en er kan ook nog van alles misgaan. Want niemand weet hoe belangrijk Obama’s huidskleur is. En er kan nog een ‘October Surprise’ komen. En Ralph Nader kan nog roet in het eten gooien. Maar op dit moment wijst alles erop dat Amerika zijn eerste zwarte president krijgt.

Voor velen komt daarmee een droom uit, voor anderen is het een nachtmerrie, vergelijkbaar met de benoeming van Ahmed Aboutaleb tot burgemeester van Rotterdam. Maar of Obama’s presidentschap brengt waar zijn aanhang – ook in Nederland – van droomt, dat valt nog te bezien. Want de kans is groot dat Obama zich zal ontpoppen als een tweede Jimmy Carter, en dan is de euforie snel voorbij.

Carter presenteerde zich in 1976 als outsider, die Washington wilde zuiveren na een Republikeinse periode. Amerika koos hem omdat men moe was van het cynisme van de Nixon-jaren. De overeenkomsten met 2008 zijn treffend. Obama wordt de ‘zoon’ van Carter genoemd, omdat hij op buitenlands terrein even onervaren en naïef zou zijn.

Carter gaf het partijestablishment verschillende belangrijke functies in zijn regering, in de hoop op die manier hun steun te kunnen verwerven. Daarbij ontbrak het hem aan een coherent programma. Gevolg: altijd ruziënde medewerkers, een zwalkend beleid, en steeds meer vertwijfeling bij de president zelf.

Zal Obama vriendjes van Hillary (of Mevrouw Zelf) in zijn regering halen om de Clinton-clan te paaien? Ook hij heeft geen helder beleidsplan. En kan een van die Haagse politici die zo enthousiast zijn over Obama een wet of initiatief noemen waaraan hij wezenlijk heeft bijgedragen? Jongens, where is the beef?

Obama weet de overtuiging te wekken dat er grootste dingen staan te gebeuren. Hij kan meeslepend spreken en Nederland (en een groot deel van de wereld met ons) is als een blok voor hem gevallen. Ja, vergeleken met de spreekvaardigheid van Jan-Peter Balkenende, Jacqueline Cramer of Ernst Hirsch Ballin raak je bij Obama al snel in vervoering. Zou dat het zijn? Kicken we op het mooie plaatje en het gladde praatje? En dan vinden we Amerikanen oppervlakkig...

Maakte Obama nou zo’n verpletterende indruk tijdens de televisiedebatten? Was hij die energieke en charismatische nieuwe John F. Kennedy? Waarom ligt hij dan geen straatlengte voor in de peilingen? Dat zou toch normaal zou zijn onder deze omstandigheden.

Voor het eerst in meer dan een halve eeuw is er geen zittende president of vice-president in de race, en dat is in het voordeel van de uitdagende partij. De zittende Republikeinse president Bush is zeer impopulair. John McCain laat zich fotograferen als een idioot, en heeft een vederlichte running-mate gekozen met een garderobekast vol lijken. De staat van het land is meer dan zorgelijk. De infrastructuur verkruimelt, het onderwijs ook, en de economie wankelt. En die snertoorlog in Irak kost veel levens, geld en goodwill. De huidige neoconservatieve fase loopt ten einde, en Amerika staat voor een nieuwe periode met een actievere, progressievere overheid.

Ondanks dit alles kan Obama geen afstand nemen van McCain. Aan zijn huidskleur alleen kan dat toch niet liggen. En aan de campagne van McCain ook niet, want die is ronduit zwak. Als de Republikeinen niet echt in hun kandidaat geloven, dan gaan ze niet voluit. Dat merk je aan de achterblijvende donaties, uit de kruiwagen springende kikkers (zoals Colin Powell, die Obama steunt) en aan een futloze campagne. Bob Dole overkwam in 1996 hetzelfde.

Is Obama dan wel die droomkandidaat waarvoor wij hem houden? Hij had al grote moeite om Hillary van zich af te schudden. Zij had allang gehakt gemaakt van McCain.

Gevreesd moet worden dat Obama thuishoort in de categorie Hubert Humphrey, George McGovern, Jimmy Carter, Michael Dukakis, Walter Mondale, Al Gore en John Kerry, Democraten waarmee het kan vriezen en dooien. Bij de Republikeinen heb je ze ook: Gerald Ford, Bob Dole, George Bush sr, Bush jr. Geen sterke figuren, die gemakkelijk kunnen verliezen, ook al winnen ze soms.

Misschien twijfelt Amerika aan Obama omdat hij niet zo optimistisch en zonnig is als Reagan. Of is het toch zijn onervarenheid. Waarschijnlijker is dat het gebrek aan een aansprekend politiek programma hem opbreekt. Als Amerika op 4 november voor Obama kiest, dan is dat niet zozeer een stem vóór Obama alswel een stem tégen de Republikeinen. Dat gebeurt vaker. Zo koos Amerika in 1980 voor Ronald Reagan uit afkeer van Jimmy Carter, niet omdat ze welbewust steun gaven aan Reagans agenda. Nederland stond in 2002 op het punt Pim Fortuyn groot te maken. Uit afschuw van Den Haag en ‘paars’, of om die nare Ad Melkert een lesje te leren. Heel wat Fortuyn-kiezers hadden raar op hun neus gekeken als hun held zijn plannen echt had kunnen uitvoeren.

Reagan had in 1980 een helder beleidsplan, waarvan echter vrijwel niemand de reikwijdte zag. Wij beschouwen hem nog steeds als een seniele derderangs acteur, maar zijn betekenis kan nauwelijks worden overschat. Hij duwde de Sovjetunie over het randje van de economische afgrond en luidde zo het einde in van de Koude Oorlog, waarna de wereld ernstig op drift raakte. Hij is de vader van de tsunami van marktdenken en deregulering die de wereld overspoelde en die leidde tot het doordraaien van het kapitalistische systeem dat zo lang het fundament was onder de westerse democratieën.

De Democraten noch gematigde Europese sociaal-democraten hebben ooit een antwoord gevonden op al dat ideologische geweld. Zowel in Washington als in de Europese hoofdsteden gooien hypernerveuze regeringen nu belastingmiljarden naar een systeem dat jarenlang vrijwel ongereguleerd heeft kunnen doorwoekeren en tot in de kern is verrot. We hopen dat dit het wondermedicijn is. Maar nog altijd weet niemand écht hoe het verder moet met de wereld die Ronald Reagan heeft voortgebracht.

Ook Barack Obama niet. Wat is zijn antwoord op de financiële crisis en op de noden van zijn land? Hij wil belastingverlaging en bezuinigingen. Hij wil ook een ‘reddingsplan voor de middenklasse’ van 60 miljard dollar. Hij wil Amerika in tien jaar onafhankelijk maken van olie uit het Midden-Oosten en Venezuela, hij wil een betaalbare ziektekostenverzekering voor iedereen, beter onderwijs en de infrastructuur repareren. De kosten daarvan komen bovenop de 700 miljard dollar voor de bankensector, en op de staatsschuld van 10.000 miljard dollar (by the way, Nederland heeft pakweg 270 miljard dollar schuld). Ook Obama leeft op de pof. Een serieuze herstructurering van de financiële sector? We hebben hem er nog niet over gehoord.

Obama roept om ‘change’, maar komt niet met echte hervormingen. De plannen die hij wel heeft kan hij alleen uitvoeren als hij met een landslide wint en voldoende Congresleden meebrengt naar Washington. Anders kan hij onmogelijk de droomkandidaat zijn die in eigen land orde op zaken stelt, en Amerika’s positie in de wereld herstelt. Dan gaat het Congres dwars liggen, en valt hij ten prooi aan ruziënde medewerkers, een zwalkend beleid en steeds meer vertwijfeling. Dan gaat hij ook in dat opzicht Carter achterna.
 

 

1976: de Conventie juicht voor Carter en Mondale.

 

2008: de Conventie juicht voor Obama en Biden.

 
 


Germans like Obama.

 
 

 
 
 

Met Reagan kon je lachen.

   
 

Obama op campagne.

 
   


Amerikaanse Dromen
Interesse gekregen in het boek van Ben Koster? U kunt het boek hier rechtstreeks bestellen.

Amerikaanse dromen<br>Koster
Amerikaanse dromen

Alle columns van Ben Koster worden bewaard in ons archief. Wilt u deze eens rustig doorlezen dan kiest u hier voor het Archief.


Pagina printenHomeVorige pagina

 

Meer over USA4ALL

© 2008 USA4ALL. All rights reserved.